Page 243 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 243

hanteren in die context woorden als vreemd en opvallen. De platvloerse determinatie van
                        de andersheid van het lichaam van andere rassen lijkt op die manier vervangen te zijn
                        door  een  fascinatie  voor  kenmerken  die  eveneens  rechtstreeks  met  het  lichaam
                        verbonden  zijn,  zoals  taal  of  klederdracht.  In  beide  gevallen  wordt  de  leerling
                        aangemoedigd om de verschillen tussen rassen of culturen op het lichaam af te leiden.

















                                        Figuur 158: Vreemdelingenbuurt in het noordoosten van Parijs

                        Die  lichamelijke  andersheid,  zo  leert  de  leerling,  maakt  deel  uit  van  een  grotere
                        tweedeling tussen wij en zij, onze cultuur en de andere cultuur. Uit beide tekstfragmenten
                        spreekt namelijk een polariserende voorstelling van de culturele verhoudingen waarin ze
                        en  hun  lijnrecht  staan  tegenover  we  en  ons,  en  waarin  andere  gebruiken  niet  te
                        vereenzelvigen  vallen  met  de  onze.  Daardoor  ontstaat  de  indruk  dat  de  Vlaamse
                        samenleving bestaat uit twee culturen: onze cultuur en de andere cultuur. Deze twee
                        culturen worden essentialistisch ingevuld. Net zoals er in de rassenleer geen plaats was
                        voor vermenging tussen rassen, is er in dit denkkader geen plaats voor kruisbestuiving
                        tussen culturen. In de geest van de citaten word je in één cultuur geboren, en zal je in
                        diezelfde  cultuur  sterven.  Culturen  worden  niet  als  dynamisch  gezien,  maar  zitten
                        vastgeroest tot in het einde der tijden. Uitwisselingen tussen culturen zijn onbestaande.
                        Vreemdelingen blijven vreemdelingen. Bij deze uitgesproken tweedeling moeten we ons
                        als  leraar  de  vraag  stellen  of  we  wel  degelijk  alle  leerlingen  aanspreken.  De  twee
                        geciteerde fragmenten sluiten vermoedelijk leerlingen uit doordat woorden als we en
                        onze niet van toepassing zijn op alle klasgenoten, maar alleen op de leerlingen die net
                        zoals hun voorouders in België zijn opgegroeid. Voor de meeste leerlingen van allochtone
                        afkomst zijn sommige van die andere gebruiken immers helemaal niet zo vreemd. Voor
                        sommigen zullen Arabische of Turkse opschriften ook niet zo moeilijk te begrijpen zijn.
                        Door de manier van aanbrengen worden zij dan ook niet betrokken bij de lesinhoud, om
                        niet te zeggen dat ze misschien wel verder gestigmatiseerd worden omwille van  hun
                        vermeende vreemdheid en andersheid.


                          ▪  Wereldblokken en vreemdelingenbuurten

                        De polarisatie tussen wij en zij, onze cultuur en de andere cultuur, krijgt in praktisch alle
                        handboeken een ruimtelijke component. Dit uit zich bijvoorbeeld in de opsplitsing van de
                        wereld in wereldblokken. Zo’n wereldblok wordt gedefinieerd als een onderdeel van een
                        werelddeel waarin levenswijze, ontwikkeling en cultuur ongeveer dezelfde zijn. Volgens
                        dezelfde bron kunnen we de wereldblokken of wereldzones dus ook cultuurgebieden
                        noemen; tussen die cultuurgebieden verschillen de cultuurelementen sterk van elkaar. De




                        1 AA VS 2                             243                  © 2019 Arteveldehogeschool
   238   239   240   241   242   243   244   245   246   247   248