Page 242 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 242
Spaanssprekende mesties een blanke kan worden in Latijns-Amerika, en waarom Ieren,
Zuid-Europeanen, hispanics en Aziaten mettertijd blanke Amerikanen werden. Om
dezelfde redenen karteerde men de verspreiding van de blanken op oudere raciale
kaarten tot in Ethiopië en over praktisch gans Amerika. Om duidelijk te maken dat blanken
effectief het meest beschaafd waren, was het nodig om aan te geven dat ze ook ruimtelijk
gezien het meest succesvol waren.
▪ Van ras naar cultuur
Zeggen dat de schoolaardrijkskunde zich volledig onafhankelijk van deze biochemische en
sociologische theorieën ontwikkelde, zou een leugen zijn. De wetenschappelijke kritiek
op de rassenleer zorgde er samen met de wansmakelijkheid van de 242ydro242ust en het
failliet van de kolonies voor dat de raciale classificatie steeds minder aandacht kreeg in
het onderwijs. De 242ydro242ust maakte benamingen zoals het Joodse ras of de
Germaanse variëteit totaal onaanvaardbaar, terwijl de dekolonisatie de relevantie van de
rassenleer verminderde, in die zin dat de superioriteit van het blanke ras niet meer moest
ingeroepen worden ter verantwoording van de koloniale onderneming. In de handboeken
van na 1960 stond er dan ook niet meer te lezen dat ontwikkeling, verstand, arbeidsethiek
of geduld raciale eigenschappen waren.
Deze evolutie zorgde er samen met de immigratie van arbeidskrachten uit landen als
Marokko en Turkije voor dat de focus gedeeltelijk verschoof van vermeende raciale naar
culturele verschillen. Cultuurgebonden kenmerken zoals godsdienst of taal kwamen plots
meer in de belangstelling te staan. Voor de handboeken maakten gastarbeiders onze
samenleving dan ook niet multiraciaal, wel multicultureel. Die aandacht voor
multiculturaliteit kwam er pas verrassend laat. Tot in de jaren ‘80 verschenen er
handboeken die met geen woord repten over immigranten. Ondertussen zijn handboeken
op basis van de leerplannen echter wel verplicht om uit te weiden over zogenaamd
multiculturele thema’s. In dit hoofdstuk zullen wij die fragmenten kritisch analyseren.
▪ Onze cultuur en de andere cultuur
We vertrekken hiervoor vanuit twee citaten uit handboeken:
“Sinds kort vinden we in ons stadslandschap ook cultuurelementen die ons wat vreemd
voorkomen: opschriften die we niet begrijpen, gebouwen waarvan we de functie niet goed
kennen. In sommige buurten treffen we mensen aan met een eigen buurtleven. We merken het
aan de mensen zelf (klederdracht, taalgebruik, sociaal leven, godsdienst) en aan de handels-
en dienstenfunctie (kruideniers, bakkers en slagers en horeca).”
“In het straatbeeld van vooral stedelijke gemeenten vallen de migranten afkomstig uit
Marokko en Turkije op. In sommige stadsdelen van onze grote steden vallen die migranten op
door hun andere cultuur, die op de islam steunt, wat zich soms uit in andere klederdracht en
andere gebruiken dan de onze. Hun andere cultuur kan bij de Vlaamse jeugd op respect
rekenen.”
In eerste instantie valt in beide tekstdelen de focus op andersheid op. De twee
handboeken wijzen bijvoorbeeld op andere gebruiken en andere klederdracht en
1 AA VS 2 242 © 2019 Arteveldehogeschool

