Page 240 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 240
Blijkbaar worden de talrijke mestiezen en indianen aan de grens op één of andere manier
witgewassen. Daarenboven is het vreemd dat er in de Verenigde Staten niet gesproken
wordt over mengrassen. Er zijn wel zwarten, blanken en indianen, maar geen mulatten,
mestiezen of zambo’s. Een leerling kan zich dan ook afvragen tot welke categorie het kind
van een zwarte en een blanke, of een eskimo en een hispanic behoort. Hetzelfde geldt
voor de Latijns-Amerikaanse classificatie. De leerling leert inderdaad wel dat een zwarte
vrouwen en indiaanse man een zambo ter wereld zuIllen brengen, maar wat als die zambo
besluit om kinderen te maken met een blanke? Moeten we die dan beschouwen als
blanken, zambo’s of blambo’s?
Bovenstaande denkoefening legt een belangrijk pijnpunt van het rasbegrip bloot. Dat
stamt volgens haar namelijk uit de tijd dat er gedacht werd dat rasvermengingen zouden
kunnen leiden tot lichamelijke en geestelijke verzwakkingen. De rassenleer gaat dan ook
ten onrechte uit van meestal drie zuivere, oorspronkelijke rassen, en in Latijns-Amerika
ook nog drie zuivere vermengingen. Met het voorbeeld van de blambo wilden we
aantonen dat er in de praktijk echter ontelbare mogelijkheden denkbaar zijn. Zo haalt
men ook aan dat in de Braziliaanse volkstelling van 1980 niet-blanke personen in totaal
maar liefst 136 verschillende termen gebruikten om hun huidskleur te benoemen. De
wetenschappelijke wereld bekritiseert de rassenleer dan ook omwille van essentialisme.
Hiermee bedoelen ze dat raciale classificaties foutief doen uitschijnen dat er een bepaald
aantal voorgegeven, zuivere en onveranderlijke rassen zouden zijn. Door aan te tonen dat
de classificaties in de V.5. en in Latijns-Amerika er in de handboeken anders uitzien,
demonstreerden we dat ras geen voorgegeven biologische realiteit is, maar een sociale
constructie. Ras en raciale classificaties blijken geen evidente, natuurlijke categorieën,
maar het product van menselijk denken. Het voorbeeld van de Mexicaanse indiaan die de
grens met de V.S. oversteekt en daar een blanke hispanic wordt, maakt dit overduidelijk.
Of je nu blank bent of niet hangt in dit soort van situaties niet af van je genetische
kenmerken, en ook niet direct van je huidskleur of schedelvorm, maar wel van de lokale
machtsverhoudingen. Als die, zoals in Latijns-Amerika, gedomineerd worden door een
kleine groep rijken, hangen klasse en etniciteit in sterke mate samen. De kleine groep met
de macht is er blank. Al de rest is dat niet. In zo’n samenleving kan het voor een ‘mesties’
of een ‘indiaan’ echter volstaan om ‘fatsoenlijk’ Spaans te spreken, ‘deftige’ kleren aan te
doen en eens naar de kapper te gaan om voortaan als ‘blanke’ door het leven te gaan. De
overgrote meerderheid zal deze kansen echter nooit krijgen, en zal de rest van de tijd dan
ook verder gediscrimineerd worden. Voor de Amerikaanse burgeroorlog was de situatie
in de VS gelijkaardig. Een kleine groep Angelsaksen was er blank, alle andere migranten
niet. Mettertijd werd het adjectief ‘blank’ echter ook van toepassing op migranten uit
Ierland en Zuid- en Oost-Europa. Op die manier ontstond er een raciale tweedeling:
blanken hadden de macht in handen en waren superieur, zwarten waren inferieur en
mochten als slaven behandeld worden. Met de massale komst van migranten uit Azië en
Latijns-Amerika vertroebelde deze dichotomie enigszins. De angst bestond dat blanken
wel eens in de minderheid zouden kunnen geraken, en zo hun dominante positie zouden
kwijtspelen, zeker in staten als Californië. Het feit dat hispanics tegenwoordig blanken
worden genoemd, en zichzelf ook als blanken beschouwen, bewijst dan ook dat de
Amerikaanse samenleving vermoedelijk nog een hele tijd gebukt zal gaan onder een
tweedeling tussen dominante blanken en gedomineerde zwarten. Doordat er in de
1 AA VS 2 240 © 2019 Arteveldehogeschool

