Page 237 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 237

kolonisatie  niet  alleen  mogelijk  was,  maar  ook  wenselijk.  De  zwarte  kon  volgens
                        onderstaand citaat bijvoorbeeld niets uitvinden of verbeteren, dus zouden anderen hem
                        de beschaving moeten bijbrengen. Omdat hij wel snel kon imiteren wat anderen hem
                        voordeden, zou hij deze snel kunnen overnemen:

                           -   De negers zijn weinig ontwikkeld: zij zitten gevangen in den slenter van oude
                               gewoonten. Iets uitvinden of verbeteren kunnen zij niet. Sinds eeuwen zijn er in
                               Congo behendige smeden, ervaren pottenbakkers, fijne vlechtsters; de bevolking
                               blijft  verzot  op  ongekunsteld  muziek  en  woeste  dansen,  waarbij  men  altijd
                               eenvoudige  speeltuigen  als  gong,  tamtam  en  alle  slag  van  trommels  uit
                               boomstammen vervaardigd, gebruikt. De neger heeft geen oefening gehad, geen
                               betrekking  met  meer  ontwikkelde  volkeren  aangeknoopt,  geen  geschreven
                               boeken kunnen benutten en is daarom zeer verachterd gebleven. Zijn geheugen
                               is kort, behalve in gewone zaken, zijn inbeelding is sterk en slaat gemakkelijk tot
                               overdrijving over, zijn verstand neemt spoedig af met de jaren.
                           -   De zwarte is een geboren handelaar, begaafd met de grootste vaardigheid in het
                               ruilen en verkopen. Gaarne trekt hij zeer verre naar de openbare markten om iets
                               te verhandelen en het nodige kleedsel te kopen.
                           -   Hij heeft daarbij deze kostelijke begaafdheid dat hij spoedig kan namaken wat hij
                               zien  voordoen  heeft.  Hij  leert  gemakkelijk  allerlei  ambachten  en  wordt
                               langzamerhand vatbaar voor hogere beschaving.


















                                                     Figuur 153: Bantoekinderen

                          ▪   Yankees, eskimo’s en blambo’s: ze bestaan!

                        Zeggen  dat  er  sindsdien  niets  veranderd  is,  zou  afbreuk  doen  aan  de  belangrijke
                        vorderingen die gemaakt zijn sinds de dekolonisatie. Zo beweert geen enkel handboek
                        nog dat zwarten het minst beschaafd zijn, dat ze niets kunnen uitvinden of dat ze nooit
                        hard zullen werken. Even goed zal je nergens meer kunnen lezen dat er een significant
                        verschil zou zijn tussen de mentaliteit van een Vlaming en een Waal op basis van raciaal
                        bepaalde kenmerken. Terwijl er vroeger gesproken werd over “ongekunstelde muziek” en
                        “eenvoudige  speeltuigen  als  gong,  tamtam  en  alle  slag  van  trommels”,  hebben
                        handboeken  het  nu  over  “de  originaliteit  van  instrumentatie  en  compositie”  van
                        Afrikaanse muzikanten. Ook de fascinatie voor lichamelijke andersheid schijnt van de
                        baan. De aandacht die in 1982 nog gevraagd werd voor de huidskleur, het haar, de neus,
                        de  lippen  en  de  schedelvorm  van  een  aantal  gefotografeerde  Bantoekinderen,  lijkt
                        ondertussen iets uit een beschamend verleden. Toch is het zeker niet zo dat elementen



                        1 AA VS 2                             237                  © 2019 Arteveldehogeschool
   232   233   234   235   236   237   238   239   240   241   242