Page 261 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 261

9.4      Het (Vlaamse) natuurbeleid en -behoud
                                                               48
               9.4.1    Inleiding

                        Natuurbeleid  staat  veelal  in  teken  van  natuurbehoud,  en  is  dus  toekomstgericht.
                        Natuurbehoud vindt zijn bestaansreden op vier gebieden:

                           -   Wetenschappelijke  motieven:  Natuur  en  landschap  bieden  niet  enkel  een
                               onmisbare  informatie  over  het  plantaardige,  dierlijke  en  menselijke  leven
                               (educatief motief), ze vormen ook een genetisch reservoir dat van groot belang is
                               voor de diversiteit en het voorbestaan van de soorten.
                           -   Gezondheidsmotieven:  De  natuur  heeft  een  signaalfunctie  ten  opzichte  van
                               vervuiling en biedt ruimte voor wonen en recreatie ten behoeve van het fysische
                               en psychische welzijn van de mens.
                           -   Economische motieven: De reservoirfunctie is tevens een productiefunctie voor
                               oogsten van natuurproducten, geneesmiddelen, voedsel en andere.
                           -   Culturele motieven: De mens is ethisch verantwoordelijk voor het voortbestaan

                               van  het  leven  op  aarde.  Verder  verwijzen  de  esthetische  motieven  naar  de
                               belevingswaarde van de natuur en landschap zoals tot uiting komt in de kunst.
                               Inzicht in de ontstaansgeschiedenis van elke omgeving en de hieraan aangepaste
                               leefgewoonten  vormen  eveneens  een  cultuurhistorisch  motief  voor
                               natuurbehoud.

               9.4.2    Natuurbehoudsrecht in België

                        De  ontwikkeling  van  het  natuurbehoudsrecht  in  België  en  de  gewesten  verliep  niet
                        gelijkmatig nog gelijktijdig met de ontwikkeling van het natuurbeleid. In het begin van de
                          e
                        19   eeuw  waren  er  vier  grote  wetgevingsdomeinen:  de  bos-,  jacht-,  riviervisserij-  en
                        veldwetgeving. Na de onafhankelijk werd de wetgeving op de jacht algauw uitgebreid met
                        de vogelbescherming.

                        Hoewel de visie rond bosbeheer veranderde, blijft  het Boswetboek in  het Waalse en
                        Brussels Hoofdstedelijk Gewest van kracht tot heden. In het Vlaamse Gewest werd in 1990
                        een nieuw Bosdecreet goedgekeurd, dat het behoud, de bescherming, de aanleg en het
                        beheer van zowel openbare als privébossen regelt. In Vlaanderen worden volgens dit
                        decreet  voor  alle  bosreservaten  beheersplannen  opgemaakt,  met  het  oog  op  de
                        verhoging  van  de  natuurwaarde  en  de  biodiversiteit.  In  Wallonië  wordt  het  analoge
                        statuut van réserves forestières veel minder gebruikt; in Brussel zijn twee bosreservaten
                        afgebakend.

                        De verschillende statuten van de natuurreservaten werden vastgelegd door de Wet op
                        het Natuurbehoud van 1973 (of het Natuurdecreet), als gebieden die door hun bijzondere
                        natuur- en landschapswaarden van belang zijn voor het behoud en de ontwikkeling van
                        de  natuur.  Er  wordt  hierbij  een  onderscheid  gemaakt  tussen  natuurreservaten  die
                        aangewezen  of  erkend  worden.  Door  het  Natuurdecreet  kan  de  Vlaamse  regering
                        natuurreservaten aanwijzen (op gronden die in eigendom, huur of ter beschikking zijn van



                        48  (Van Hecke, Antrop, Schmitz, Sevenant, & Van Eetvelde, 2010)


                        1 AA VS 2                             261                  © 2019 Arteveldehogeschool
   256   257   258   259   260   261   262   263   264   265   266