Page 70 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 70
Hierboven schetsten we een aantal concrete werkvormen om aan de slag te gaan met
waardegebonden thema’s in de aardrijkskundeles. Uiteraard zijn de mogelijkheden
onbeperkt en er bestaan heel wat interessante websites met talrijke voorbeelden van
werkvormen. Enkele (doorklikbare) websites die zeker aan te bevelen zijn, vind je
hieronder.
ACHTERGROND
. www.studioglobo.be
. www. climatechallenge.be
. https://www.kleurbekennen.be/schema-ecm
. https://www.oxfamsol.be/nl
. http://www.kwasakwasa.be/
3.5 Een racistisch en etnocentrisch wereldbeeld in de schoolhandboeken
aardrijkskunde ?
Onderstaande tekst is een bijna integrale overname van een artikel van Nick Schuermans
(Schuermans N. , 2007). Het onderzoek van deze auteur kwam tot stand in het kader van
een doctoraatproefschrift aangaande dit thema. Concreet staat volgende vraag centraal:
vormt de schoolgeografie wereldburgers of wordt een wereldbeeld opgelegd ? Hiervoor
analyseerde de auteur de inhoud van een vijftigtal (oude en nieuwe) Vlaamse handboeken
aardrijkskunde. Hieronder de resultaten van zijn onderzoek.
3.5.1 Over zwarten, gelen, bruinen, blanken en blonden
3.5.1.1 Blanke, zwarte en gele rassen
De indeling van de mensheid in verschillende rassen vormde een vast bestanddeel van
handboeken aardrijkskunde uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Typisch voor die
tijd was de classificatie op basis van uiterlijke kenmerken, zoals de huidskleur, de
beharing, de lichaamslengte of de kleur van de ogen en het haar. Belgische
wetenschappers baseerden een groot deel van hun antropometrisch (letterlijk:
mensmetend) onderzoek op de zogenaamde cefalische index, die de verhouding tussen
de grootste breedte- en lengtediameter van het hoofd weergaf. Bij deze maat hoorden
termen als dolichocefaal en brachycefaal, respectievelijk om een langwerpig en een breed
hoofd te beschrijven. Het moet benadrukt worden dat de volledige raciale classificatie tot
stand kwam op basis van dit soort van antropometrische gegevens. Genetica kwam er
bijvoorbeeld nog niet bij kijken.
De meeste auteurs definieerden op die manier drie hoofdrassen: het blanke, het gele en
het zwarte ras. Deze indeling werd door praktisch alle handboeken overgenomen, al
benoemden sommigen hiernaast ook nog andere rassen, zoals het olijfkleurige of bruine
(bijvoorbeeld in Indonesië) en het koperkleurige, "waarvan de wilde Roodhuiden of In-
dianen van Amerika de laatste vertegenwoordigers zijn". De rassenindeling kreeg steeds
veel aandacht. Foto's (figuur 5), kaartjes (figuur 6) of tekeningen (figuur 9) illustreerden
de beschrijving van de klassieke, driedelige indeling, zoals ze in onderstaand fragment
wordt gepresenteerd:
1. De mensen zijn allen nakomelingen van Adam en Eva; toch zijn ze niet allen
dezelfde: ze hebben niet dezelfde huidskleur, ook de vorm van het gezicht
2 AAVD 70 © 2020 Arteveldehogeschool

