Page 75 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 75

Figuur 15: Bantoekinderen (Debulpaep, De Roeck & Tilmont, 1982, p. 17)


               3.5.2    Over Yankees, eskimo's en blambo's

               3.5.2.1  Ze bestaan !
                        Zeggen  dat  er  sindsdien  niets  veranderd  is,  zou  afbreuk  doen  aan  de  belangrijke
                        vorderingen die gemaakt zijn sinds de dekolonisatie. Zo beweert geen enkel handboek
                        nog dat zwarten het minst beschaafd zijn, dat ze niets kunnen uitvinden of dat ze nooit
                        hard zullen werken. Even goed zal je nergens meer kunnen lezen dat er een significant
                        verschil zou zijn tussen de mentaliteit van een Vlaming en een Waal op basis van raciaal
                        bepaalde kenmerken. Terwijl er vroeger gesproken werd over "ongekunstelde muziek" en
                        "eenvoudige speeltuigen als gong, tamtam en alle slag van trommels" (dr. supra) hebben
                        handboeken  het  nu  over  "de  originaliteit  van  instrumentatie  en  compositie"  van
                        Afrikaanse  muzikanten  (Geogenie  3  &  4  ASO,  2002,  p.  33).  Ook  de  fascinatie  voor
                        lichamelijke andersheid schijnt van de baan. De aandacht die in 1982 nog gevraagd werd
                        voor  de  huidskleur,  het  haar,  de  neus,  de  lippen  en  de  schedelvorm  van  een  aantal
                        gefotografeerde  Bantoekinderen,  lijkt  ondertussen  iets  uit  een  beschamend  verleden
                        (figuur  10).  Toch  is  het  zeker  niet  zo  dat  elementen  uit  de  rassenleer  volledig  uit  de
                        handboeken verdwenen zijn. Tot vandaag blijft het lesmateriaal verwijzen naar het blanke
                        ras, het gele ras, het zwarte ras en allerlei mengrassen. Deze verwijzingen komen vooral
                        voor bij de bespreking van niet-Europese samenlevingen.

                        Bij  de  beschrijving  van  Latijns-Amerika  nemen  raciale  kenmerken  bijvoorbeeld  een
                        belangrijke plaats in. Zo komen ze in Werelddelen 4 (1997, p. 120) al als tweede punt aan
                        bod, na een korte situering van het wereldblok. De tekst verspreidt dezelfde ideeën als de
                        andere handboeken: "De Europese kolonisten vermengden zich met de indianen en met
                        de aangevoerde negerslaven zodat Latijns-Amerika zich kenmerkt door een talrijke groep
                        van  mengrassen:  mestiezen  (Europees  x  indiaans),  mulatten  (Europees  x  Afrikaans),
                        zambo's (indiaans x Afrikaans)" (Werelddelen 4, 1997, p. 120, figuur 11). Iets oudere hand-
                        boeken deelden de indianen vaak in bij het gele ras en kwamen zo terug op de klassieke
                        classificatie  in  blanken,  gelen  en  zwarten  (Visie  op  leefruimten  in  de  Sowjetunie  en
                        Amerika, 1986, p. 91).
















                        2 AAVD                                 75                   © 2020 Arteveldehogeschool
   70   71   72   73   74   75   76   77   78   79   80