Page 132 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 132

en  door  de  bevolkingsexplosie  verlaten  veel  mensen  het  platteland.  De
                        productiviteitsverbetering  in  de  landbouw,  ondermeer  door  het  aanwenden  van
                        kunstmeststoffen, maakte het mogelijk meer stadsbewoners te voeden door een dalend
                        aantal  landbouwers.  Transportverbeteringen,  zoals  kanalen,  tram  en  spoorwegen,
                        maakten het mogelijk grote hoeveelheden voedsel en grondstoffen snel en goedkoop
                        naar de steden te brengen. Door transportverbeteringen in de stad en naar de stadsrand
                        maakte een grotere afstand tussen woon- en werkplaats mogelijk, waardoor de stad over
                        een  veel  groter  oppervlakte  kon  uitbreiden.  De  invloed  van  de  spoorweg  op  het
                        stadslandschap merk je ofwel in de binnenstad waar zoals in Gent (huidige Zuidpark) een
                        kopstation voorzien was, ofwel door de rakende spoorweg met station waardoor een
                        typische stationswijk ontstaat, meestal ‘white collar zone’ of bediendenwijk (later Gent-
                        Sint-Pieters). Door al deze factoren samen konden een groot aantal steden in de Westerse
                        industrielanden  aan  een  ongebreidelde  groei  beginnen.  Een  aantal  industriesteden
                        worden heel grote steden met honderdduizenden en miljoenen inwoners. La Louvière,
                        Essen,  Birmingham,  Chicago  zijn  mooie  voorbeelden  van  snel  expanderende
                                                               e
                        industriesteden in de tweede helft van de 19  eeuw. Het is de fase van de industriële stad.
                        Steden die door hun ongunstige situatie voor industrievestiging niet industrialiseerden,
                        stagneerden veelal, zoals Zoutleeuw en Philippeville.

                        De stedelijke groei, gevolg van de ontwikkeling van de secundaire en tertiaire activiteiten,
                        leidde dan ook tot een geweldig verdichtingproces in de binnenstad. Nieuwe straten
                        werden  getrokken,  binnentuinen  werden  volgebouwd  met  steegwoningen  voor  het
                        stedelijk proletariaat, lokaal ook gangen, beluiken genoemd en meestal minder dan 30m²
                        in  grondoppervlakte,  terwijl  elders  het  meergezinshuis  sterk  in  betekenis  won.  Even
                        buiten  de  historische  kern  vormden  de  eerste,  vaak  sterk  vervuilende  fabrieken,
                        verstrengeld met uniforme arbeidershuisvesting, een mistroostig stuk stad dat, ook nu
                        nog,  belangrijke  problemen  schept  door  zijn  beperkte  leefbaarheid  en
                        aantrekkingskracht. In het kader van bewaring van het stedelijk erfgoed worden de laatste
                        gerenoveerd tot het huidige wooncomfort. Ook buiten de zogenaamde kernstad neemt
                        de bebouwing toe en vormt een dichtbebouwde stadsrand.






















                                          Figuur 82: Stadsmodel van Gent tijdens de industriële fase

                                                                                            e
                        Wereldwijd  komt  met  de  opkomst  van  de  industriële  stad  in  de  19   eeuw  een
                        verstedelijkingsproces op gang. Met verstedelijkingsproces of urbanisatieproces bedoelt
                        men  het  proces  waarbij  de  bevolking  in  toenemende  mate  woont  in  stedelijke



                        1 AA VS 2                             132                  © 2019 Arteveldehogeschool
   127   128   129   130   131   132   133   134   135   136   137