Page 233 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 233

▪  Blanke, zwarte en gele rassen

                        De indeling van de mensheid in verschillende rassen vormde een vast bestanddeel van
                        handboeken aardrijkskunde uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Typisch voor die
                        tijd  was  de  classificatie  op  basis  van  uiterlijke  kenmerken,  zoals  de  huidskleur,  de
                        beharing,  de  lichaamslengte  of  de  kleur  van  de  ogen  en  het  haar.  Belgische
                        wetenschappers baseerden een groot deel van hun antropometrisch onderzoek op de
                        zogenaamde cefalische index, die de verhouding tussen de breedte- en lengtediameter
                        van het hoofd weergaf. Bij deze maat hoorden termen als dolichocefaal en brachycefaal,
                        respectievelijk  om  een  langwerpig  en  een  breed  hoofd  te  beschrijven.  Het  moet
                        benadrukt worden dat de volledige raciale classificatie tot stand kwam op basis van dit
                        soort van antropometrische gegevens. Genetica kwam er bijvoorbeeld nog niet bij kijken.


                        De meeste auteurs definieerden op die manier drie hoofdrassen: het blanke, het gele en
                        het  zwarte  ras.  Deze  indeling  werd  door  praktisch  alle  handboeken  overgenomen,  al
                        benoemden sommigen hiernaast ook nog andere rassen, zoals het olijfkleurige of bruine
                        en het koperkleurige, waarvan de wilde Roodhuiden of Indianen van Amerika de laatste
                        vertegenwoordigers zijn. De rassenindeling kreeg steeds veel aandacht. Foto’s, kaartjes
                        of tekeningen illustreerden de beschrijving van de klassieke, driedelige indeling, zoals ze
                        onderstaand wordt gepresenteerd:


                        -   Het blanke ras, waartoe wij behoren, heeft een witte huid, meestal overvloedig
                            golvend  of  gekruld  hoofdhaar  en  een  sterke  baard.  Het  heeft  veel  geleerden
                            voortgebracht, waaraan wij grote uitvindingen te danken hebben: de drukkunst, de
                            telegrafie, de spoorwegen, de stoomschepen, de vliegtuigen. Het bewoont Europa,
                            Amerika, het westen van Azië en Noord-Afrika.
                        -   Het gele ras omvat al de mensen met gele huidskleur. Zij hebben een plat voorhoofd,
                            spleetogen en weinig baard. Zij zijn zeer werkzaam en zeer geduldig. Hun kleding en
                            hun woningen verschillen volledig van de onze. Het gele ras bewoont vooral Midden-
                            en Oost-Azië.
                        -   Het zwarte- of negerras, heeft een zwarte huid, dikke lippen, kroeshaar, doch weinig
                            baard. De negers zijn over het algemeen min werkzaam dan de andere rassen. Daar
                            ze in warme landen leven dragen ze weinig kleren. Zij wonen in hutten. Het zwarte
                            ras bevolkt Midden- en Zuid-Afrika en een deel van Oceanië en Amerika.µ













                                                Figuur 148: De drie mensenrassen op foto











                        1 AA VS 2                             233                  © 2019 Arteveldehogeschool
   228   229   230   231   232   233   234   235   236   237   238