Page 229 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 229

kind een emotionele band heeft, zoals de ouders en de leerkrachten, die die informatie
                        geven. En deze informatie wordt door de kinderen aanvaard.

                        Kinderen horen het eerst over mensen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika als de missiemaand
                        of de vastenmaand aangebroken is. Men spreekt dan over samen sparen met de hele klas
                        om op die manier de arme kindjes te helpen want zij hebben niets. Deze kindjes worden
                        dan zwartjes genoemd en dan krijgen we een duidelijk onderscheid met onszelf. Want
                        blank is gelijk aan niet arm, goed, slim, niet ziek. Kortom volledig het tegenovergesteld
                        met zwart. Dus dat simplistisch eerste beeld wordt doorgegeven. Het is trouwens een
                        psychologisch bekend feit dat mensen naar zulke veilige beelden over hun leefomgeving
                        streven. Een ander bekend feit uit de psychologie van de waarneming is dat wij datgene
                        waarnemen wat wij denken te zullen waarnemen of wat wij graag zouden waarnemen.

                        Aan positieve beeldvorming doen is niet enkel de negatieve beelden vervangen door de
                        positieve beelden. We moeten ook rekening houden dat deze beelden sterk verbonden
                        zijn  met  emoties,  ze  geven  veiligheid  van  een  gekende  wereld.  Aan  positieve
                        beeldvorming doen is bijgevolg een complexe aangelegenheid.

               8.3.2    Bepalende invloeden op onze beeldvorming
                                                                44
                        Vanuit verschillende kanalen wordt onze beeldvorming beïnvloed, zoals via de school,
                        jeugdlectuur, media (kranten, radio, televisie).

                        Op school hebben we ten eerste te maken met achterhaalde beeldvorming. Af en toe
                        komen enkele kenmerken van andere volken voor op het programma. Het gaat dan heel
                        erg  dikwijls  om  de  beschrijving  van  gewoonten  en  gebruiken,  met  de  nadruk  op  de
                        eigenaardige aspecten ervan. De betekenis van allerlei gebruiken en de manier waarop ze
                        in de ruimtelijke ordening van desbetreffende groep doorwerken krijgen weinig aandacht.
                        Het gevaar voor stereotypering is door deze geïsoleerde behandeling heel erg reëel. Denk
                        maar aan de volgende stereotiepen: zwarten wonen in hutten, eskimo’s eten alleen maar
                        vis, indianen dragen alleen maar veren, in Congo lopen ze rond in strooien rokjes, enz.
                        Ten tweede zien we dat ook de schoolboeken een heel erg belangrijke invloed hebben op
                        onze beeldvorming. Ten derde zal ook de wereldkaart die in de scholen wordt gebruikt
                        onze beeldvorming op een foutieve manier bepalen. De Mercatorkaart geeft een sterk
                        vertekend beeld van de oppervlakte en de al of niet centrale ligging van de continenten.
                        De Petersprojectie geeft een oppervlaktegetrouwe weergave van de landen. Het nadeel
                        van deze projectie is dat de vorm van de grenzen vervormd is, waardoor de kaart minder
                        geschikt is voor op school. Alle kaarten die gebruikt worden in het S.O. zijn eurocentrisch,
                        toon dus ook eens een andere.


                        Wat de tijdschriften, boeken en stripverhalen betreft komen we tot het volgende besluit.
                        Het is werkelijk erg te moeten vaststellen dat het erg gemakkelijk is boeken te vinden die
                        een stereotiep en sterk achterhaald beeld ophangen. Het was echter bijna onmogelijk om
                        boeken te vinden met correct beeldmateriaal over de huidige levensomstandigheden van
                        deze volken.




                        44  (Maes, 2001)


                        1 AA VS 2                             229                  © 2019 Arteveldehogeschool
   224   225   226   227   228   229   230   231   232   233   234