Page 234 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 234

-   Figuur 149: De verspreiding van de mensenrassen

                          ▪  Blonde en bruine families

                        De classificatie van de wereldbevolking in rassen hield daar echter niet op. Net zoals de
                        bioloog binnen de familie van de eik op zoek ging naar de verschillen tussen de wintereik,
                                                                  e
                        de  zomereik  en  de  moeraseik,  zocht  de  19   eeuwse  antropoloog  nauwgezet  naar
                        subrassen, variëteiten of families binnen elk ras afzonderlijk. Een consensus was hierbij
                        dikwijls  ver  te  zoeken.  Praktisch  elke  auteur  kwam  met  een  andere  indeling  op  de
                        proppen. De ene splitste de Europeanen bijvoorbeeld op in een bruine en een blonde
                        familie, terwijl  de andere ongeveer tegelijkertijd een onderscheid maakte  tussen een
                        grote  groep  Indo-Europeanen  en  afzonderlijke  groepen  Joden,  Basken,  Kaukasiërs,
                        Finnen, Turken en Mongolen. Die laatste drie behoorden volgens hem tot het gele ras.
                        Populair was ook de classificatie van de blanke Europeanen in drie grote variëteiten: de
                        Germaanse variëteit (met bleke of rooskleurige blanke huid, langwerpig hoofd, heldere
                        ogen, blonde of kastanjebruine haren), de Mediterrane variëteit (met taankleurige blanke
                        huid,  langwerpig  hoofd,  donkere  ogen,  zwarte  haren)  en  de  Alpine  variëteit  (met
                        lichtbruine huid, breed hoofd, bruine of zwarte golvende haren). Hiernaast werden enkele
                        Noord- en Oost-Europese volkeren met bleekgele huid nog ingedeeld bij het gele ras, net
                        zoals men dat eerder al had gedaan.


                        Vele auteurs gingen nog een stapje verder. Zo is er een Nederlands handboek uit 1970
                        waarin de Nederlanders ingedeeld worden volgens drie grote Europese variëteiten: ten
                        noorden van de grote rivieren woont het Noordse ras, ten zuiden daarvan Alpine ras en
                        in Zeeland het Mediterrane type. In België bestond er een gelijkaardige traditie om de lijn
                        tussen twee variëteiten ter hoogte van de taalgrens te trekken. Wetenschappelijke basis
                        daarvoor was verstrekt door antropologen, zoals Houzé. Een uitgebreide opname in alle
                        Belgische provincies deed hem besluiten dat er niet zoiets bestond als een Belgisch ras en
                        dat Vlamingen en Walen tot een verschillend ras behoorden. De cefalische index lag in
                        Vlaanderen namelijk significant lager dan in Wallonië. De kortschedelige Walen hadden
                        dankzij  hun  verzet  bij  de  invallen  van  de  Franken  geen  invloed  ondergaan  van  de



                        1 AA VS 2                             234                  © 2019 Arteveldehogeschool
   229   230   231   232   233   234   235   236   237   238   239