Page 73 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 73

het Belgische Lotharingen met Athus, Musson en Halanzy) kon verwerkt worden. In België zelf
                        ontstond  aldus  te  Athus  een  op  het  locaal  gewonnen  fosforarm  ijzererts  gevestigde
                        siderurgische  onderneming. Kortom  het  nieuwe  spreidingspatroon  is  nog  wel  grotendeels
                        rationeel,  maar  wel  erg complex:  houtskool,  steenkool,  ijzererts en  intermediaire  loesties
                        naast en door elkaar.
                        Eind 19e eeuw - WOII
                        Tot dan toe werd nagenoeg geen ijzererts ingevoerd uit het buitenland, maar vanaf het einde
                        van de 19 eeuw kwam daarin verandering. De vraag naar ruw ijzer nam derwijze toe dat
                        beroep moest gedaan worden en dat in steeds grotere mate, op buitenlands ijzererts. Toen
                        waren de herkomstlanden Frankrijk (laagwaardig en fosforrijk erts uit Frans Lotharingen per
                        spoor  aangevoerd),  het  Groot  Hertogdom  Luxemburg  (idem)  en  Zweden  (hoogwaardig
                        fosforarm  erts  overzees  aangevoerd  naar  Antwerpen  en  vandaar  uit  over  de  Kempense
                        kanalen, de Schelde, het kanaal Brussel-Willebroek, het kanaal Brussel-Charleroi, de Samber
                        en de Maas naar de Waalse siderurgische vestigingen). Juist voor WOII waren er in België dus
                        5 productiegebieden van ijzer en staal: vooral het Luikse en Charleroi, La Louvière, Tubize en
                        enkele kleine bedrijven in Belgische Lotharingen.   Naarmate steeds grotere hoeveelheden
                        ijzererts  werden  aangevoerd  vanuit  het  buitenland,  zou  het  spreidingspatroon  meer
                        irrationeel  kunnen  worden,  maar  ingevolge  geografische  inertie  (gespecialiseerde
                        werknemers,  afzetrelaties  met  de  lokale  industrie,...)  en  politieke  inmenging  bleven  de
                        bedrijven op de locaties waar ze vroeger om logische redenen gevestigd waren.
                        Na WOII
                        De  hele  Waalse  siderurgie  wordt  op  Boël  en  Forges  de  Clabecq  na,  gegroepeerd  via
                        verschillende tussenstappen in één grote onderneming, namelijk Cockerill Sambre. De laatste
                        ijzerertsmijnen in België (namelijk die van Musson en Halanzy) worden gesloten in 1967, resp.
                        1978. Hoogwaardig ijzererts wordt in steeds grotere hoeveelheden en van over steeds grotere
                        afstanden aangevoerd, terwijl de inbreng van het Franse ijzererts minimaal wordt. In 1966
                        start in Gent Sidmar (nu ArcelorMittal) en is de Vlaamse staalnijverheid een feit ingevolge het
                        ook  overal  elders  in  Europa  plaatsgrijpend  maritimiseringproces  van  de  staalnijverheid:
                        vestiging  op  een  diepvaarwaterlocatie  (of  maritieme  locatie)  met  aanvoer  van  ijzerrijk
                        overzees ijzererts en cokeskolen en afvoer van staal naar het buitenland. Analoge maritieme
                        locaties in Europa zijn: Bagnoli bij Napels, Usinor in Duinkerken, IJmuiden in Nederland, enz.
                        Ondertussen wordt de Waalse staalindustrie wat het aantal productielocaties betreft flink
                        uitgedund.  De  fabriek  van  Athus  wordt  gesloten  in  1979.  Kortom  het  hedendaagse
                        spreidingspatroon van de Belgische staalindustrie is vanuit de Weberiaanse invalshoek gezien
                        compleet  irrationeel,  zowel  op  het  vlak  van  de  grondstoffen  als  van  de  afzet.  Alleen  de
                        gespecialiseerde arbeidsmarkt en sommige vormen van de agglomeratievoordelen kunnen in
                        enigermate helpen om de afwijking van het theoretische verwachte patroon te begrijpen. De
                        Belgische staal nijverheid is daarenboven gekenmerkt dooreen verscheidenheid aan locaties.
                        ArcelorMittal is een maritieme locatie, waar het bij de rest van de Belgische staalnijverheid
                        gaat om continentale locaties (ex-steenkolenlocaties). Er zijn ook nog steeds intermediaire
                        locaties. De modernste en meest productieve geïntegreerde staalondernemingen liggen aan
                        de kust en dat is zeker het geval bij ArcelorMittal.
                        21e eeuw
                        Zuiver  economisch  moet  op  dit  ogenblik  een  staalbedrijf  aan  het  hierna  volgend  profiel
                        beantwoorden: geprivatiseerd, gevestigd in een ontwikkelingsland op ijzererts en steenkool,
                        gespecialiseerd  in  elektrisch  staal  en  stalen  platen  en  beschikkend  over  veel  goedkope
                        energie. Maar de Belgische bedrijven die erg gespecialiseerde staalplaat maken en daartoe de
                        elektrische  technologie  en  ook  steeds  meer  schroot  gebruiken,  kunnen  winstgevend  zijn.
                        Cockerill-Sambre (nu: ArcelorMittal) bleek dit niet langer te zijn; in 2011 werd beslist om de
                        warme lijn de sluiten. In 2013 kwam het bericht dat ook de koude lijn van ArcelorMIttal te Luik
                        zou sluiten.






                        1 AA VS 2                              73                  © 2019 Arteveldehogeschool
   68   69   70   71   72   73   74   75   76   77   78