Page 235 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 235

Germaanse  etnische  kenmerken  en  hadden  aldus  hun  Keltische  eigenheid  kunnen
                        behouden, in tegenstelling tot de langschedelige Vlamingen. Houzé verkondigde zelfs een
                        aangeboren inferioriteit bij de Vlamingen: “L’infériorité physique de la zone flamande est
                        un fait fortement marqué et indiscutable; I’infériorité intellectuelle est un fait notoire”.






























                                           Figuur 150: De cefalische index per Belgische provincie
















                                        Figuur 151: Het Vlaamse type (links) en het Waalse type (rechts)

                        De bevindingen van Houzé vonden al snel weerklank bij de opstellers van handboeken
                        aardrijkskunde.  Zo  noteerde  men  dat  de  Belgen  tot  twee  grote  families  behoorden,
                        namelijk, de blonde familie heeft de overhand in Laag-België, vooral in Vlaanderen, en de
                        bruine familie in Hoog-België, vooral in de provincie Luik en de Ardennen. Dertig jaar later
                        ging  men  hier  iets  dieper  op  in:  “In  België  vallen  twee  antropologische  types  te
                        onderscheiden, welke namelijk verschillen door den vorm van den schedel, de gestalte,
                        de  huidskleur  en  de  kleur  der  ogen;  eveneens  heeft  men  twee  volkengroepen,  met
                        verschillende  mentaliteit,  met  geenszins  verwante  spraak,  met  verschillende
                        aardrijkskundige kenmerken”. De auteurs die ingingen op de etnische verschillen tussen
                        Vlamingen en Walen, beklemtoonden daarna telkens wel de eenheid van de Belgen: “De
                        vermenging der beide groepen is op onze dagen een schier voldongen feit: ‘t Belgisch volk
                        is  een  volk  op  zijn  eigen,  totaal  verschillend  van  zijn  naburen”.  Op  die  manier
                        reproduceerden de handboeken uiteindelijk toch de traditionele politieke visie van de
                        unitaire Belgische staat.





                        1 AA VS 2                             235                  © 2019 Arteveldehogeschool
   230   231   232   233   234   235   236   237   238   239   240