Page 236 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 236
▪ Beschaafde en minder beschaafde rassen
De driedeling van de wereldbevolking stelt ook een karakterisering voor van de drie
onderscheiden rassen. Dat de auteurs het hebben over de kleur van de huid, de dikte van
de lippen of de baardgroei hoeft in eerste instantie nog niet te verbazen. Deze fysieke
kenmerken zijn namelijk inherent aan een antropometrische uitwerking van het
rassenbegrip. Anno 2006 kan het de lezer echter niet anders dan verwonderen dat de
verschillende rassen zelfs na de Tweede Wereldoorlog nog psychische eigenschappen
werden toegedicht. Zo lezen we dat het blanke ras veel geleerden heeft voortgebracht,
dat mensen met een gele huidskleur zeer geduldig zijn en dat de zwarten over het
algemeen minder hard werken dan de rest van de wereldbevolking.
Ook het onderstaande beeld windt er duidelijk geen doekjes om. De blanke man draagt
bijvoorbeeld een maatpak, de gele een karakterloze jas en de zwarte een strooien rokje.
De tekening toont verder dat blanken leven in rustige steden met kathedralen en statige
herenhuizen, terwijl gelen zich moeten redden in chaotische, overbevolkte straten met
houten huisjes. Zwarten moeten het dan weer stellen met kleine lemen hutjes, ergens in
het oerwoud, en houden zich de hele dag bezig met de meest elementaire menselijke
behoeftes: jagen, plukken en eten. De leerling kan op basis van zo’n figuur toch maar één
besluit trekken: het blanke ras staat het verst op de ladder van de evolutie, de zwarten
staan volledig onderaan. Dit is dan ook de gedachte die tot begin jaren ‘60 in handboeken
gepropageerd werd: “Nergens op de aardbol leeft er een ras, dat de geestesontwikkeling,
het vernuft der blanken evenaart” en “Van alle menschenrassen is het blanke ras het
beschaafdste”.
Figuur 152: De drie mensenrassen
Dergelijke teksten hadden ongetwijfeld een politiek doel voor ogen. Als Walen echt zo
superieur waren aan Vlamingen, dan mocht Houzé er toch wel voor pleiten om de
Nederlandse taal in België af te schaffen? En als blanken werkelijk zo beschaafd waren,
en niet-blanken absoluut niet, dan was het toch wel de taak van de blanke om de anderen
wat beschaving bij te brengen? In dit licht hoeft het niet te verwonderen dat de
handboeken zich zelden kritisch uitlieten ten opzichte van de kolonisatie. Integendeel,
vaak gaven ze deze zelfs een morele verantwoording mee. De stereotype beschrijving van
de Congolees in sommige handboeken moest bijvoorbeeld duidelijk maken dat
1 AA VS 2 236 © 2019 Arteveldehogeschool

