Page 248 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 248
Zijn er in België dan geen mensen die een huis weigeren te huren aan vreemdelingen?
Heeft de voortdurende discriminatie geen rol in de achterstelling van migranten? Ligt
vreemdelingenhaat bij ons soms ook niet aan de basis van conflicten?. Het feit dat
leerlingen enkel met discriminatie geconfronteerd worden bij de bespreking van andere
landen, brengt hen echter ongetwijfeld tot de gedachte dat racisme en xenofobie in ons
land niet voorkomen. Het doodzwijgen of ontkennen van discriminatie en
vreemdelingenhaat is dan ook problematisch. Allochtonen moeten zo snel mogelijk
Nederlands Ieren, zij moeten beter hun best doen op school, zij moeten hun kinderen
beter in de gaten houden en zij moeten maar actief op zoek gaan naar werk. Wij
daarentegen moeten niets. Als we echt willen komen tot een verdraagzame samenleving
kunnen we het ons echter niet veroorloven dat jonge mensen geen kennis hebben van de
nefaste gevolgen van vooroordelen, stigmatisatie en discriminatie. Integratie moet van
twee kanten komen.
▪ Besluit
Vroeger was de aandacht voor raciale verschillen in de handboeken aardrijkskunde enorm
groot. Wanneer we die fragmenten vandaag overlopen, steigeren we. Een leraar die
vandaag nog verkondigt dat Vlamingen en Walen verschillen door hun schedelvorm, hun
huidskleur en hun mentaliteit of dat negers minder hard werken, en dat ze niets kunnen
uitvinden, wordt aangeklaagd door het Centrum voor Gelijke Kansen en
Racismebestrijding. In de tekst maakten we duidelijk dat dergelijke uitspattingen steunen
op huidskleurdeterminaties en schedelmetingen. Aanknopingspunten met de
wetenschap zoals die vandaag wordt bedreven zijn ver te zoeken. Daarom pleiten wij
ervoor om elke verwijzing naar rassen in de handboeken te verwijderen en te vervangen
door een weerlegging van het rasbegrip op basis van argumenten uit de erfelijkheidsleer
en de biochemie, zoals die in andere vakken worden onderwezen, en een sterkere focus
op de sociale betekenis van ras in de zin van rassendiscriminatie.
Vanaf de jaren ‘60 nam de aandacht voor de rassenleer sterk af, weliswaar zonder ooit
volledig uit de handboeken te verdwijnen. Tegelijkertijd groeide de belangstelling voor
culturele verschillen. Cru gezegd komt het erop neer dat een focus op taal en klederdracht
het gebruik van huidskleur en schedelvorm steeds meer verdrong. In eerste instantie lijkt
deze verschuiving van ras naar cultuur toe te juichen, ware het niet dat de handboeken
voor een groot stuk in dezelfde val trapten. Want net zoals de raciale classificaties foutief
deden uitschijnen dat er een bepaald aantal voorgegeven zuivere en onveranderlijke
rassen zouden zijn, suggereren de indelingen van de wereld in wereldzones of
cultuurgebieden dat er een beperkt aantal onafhankelijke en losstaande culturen bestaan.
En net zoals er in de rassenleer geen ruimte was voor vermengingen tussen verschillende
rassen, is er in de indeling in culturen geen plaats voor kruisbestuiving tussen
verschillende culturen. Voor de leerling zijn beide classificaties met andere woorden even
essentialistisch.
Het gevolg hiervan lijkt ons nefast. Leerlingen krijgen nog altijd een polariserend
wereldbeeld opgedrongen zonder daar ooit kritisch over na te moeten denken. Nergens
worden ze aangemoedigd om tot het inzicht te komen dat schijnbaar neutrale termen
1 AA VS 2 248 © 2019 Arteveldehogeschool

