Page 249 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 249
zoals blank, Europees of islamitisch niet overal dezelfde betekenis hebben en een
geschiedenis met zich meedragen van insluiting en uitsluiting. Nooit worden ze
aangespoord om in te zien dat de schijnbaar neutrale kennis die ze voorgeschoteld krijgen
een standpunt inhoudt. De kritiek dat de geografie geen wereldburgers vormt, maar een
wereldbeeld oplegt, gaat dan ook nog steeds op. Om dit wereldbeeld aan te scherpen is
een realistische en positieve beeldvorming relevant.
8.3.4 Op naar een realistische en positieve beeldvorming
Het groeien naar een realistische en positieve beeldvorming dient te gebeuren door:
e
▪ Ophouden met reproduceren van de raciale indelingen uit de 19 eeuw
De gehanteerde classificaties stammen namelijk uit een tijdperk waarin wetenschappers
beperkt waren tot een determinatie van de huidskleur en een opmeting van de
schedelomtrek. Ondertussen is het echter duidelijk geworden dat deze antropometrische
indelingen wetenschappelijk gezien weinig betekenis hebben. Handboeken moeten dan
ook duidelijk maken dat het onmogelijk is om de mensheid op te delen in een discreet
aantal zuivere en onveranderlijke rassen, mengrassen en subrassen in plaats van het nog
steeds te hebben over blanken, zwarten, gelen, zambo’s en mulatten. Enkel in de context
van xenofobie en racisme kan het over dergelijke groepen gaan. Dat er geen natuurlijke
grond is om te spreken van rassen, betekent immers nog niet dat de begrippen geen
sociale betekenis kunnen hebben.
▪ Geven van genuanceerde informatie
Als je als leerkracht bijvoorbeeld spreekt over kleding of woningen van andere volkeren,
spreek je beter over de kleding die nu dagelijks door de mensen wordt gedragen en over
de woningen zoals die er nu uitzien, eerder dan over hoe deze er vroeger uitzagen. Louter
en alleen de meest armzalige toestanden beschrijven is onvolledige informatie geven.
Bovendien hebben kleding en woning in veel andere landen een totaal andere functie dan
bij ons. Vergelijken van onze situatie met de situatie in die andere landen is niet zinvol
zonder verwijzing naar die andere functie. Doorheen alle inhouden zou deze rode draad
moeten lopen: in de kennismaking met het dagelijks leven van de mensen merken we dat
daar ook geleefd, gefeest, gegeten, e.d. wordt. Het accent wordt niet gelegd op alles wat
er niet is, op alles wat fout is. Het is immers ook de bedoeling dat kinderen/jongeren zich
eens kunnen inleven in die wereld want dan pas wordt dit heel erg duidelijk. Voor de
leerkracht die informatie doorgeeft aan een groep zijn volgende criteria waardevol:
- Zorg er op de eerste plaats voor dat de informatie juist en precies is (ze mag dus
bijgevolg niet gebaseerd zijn op mythen).
- De gevonden informatie dient actueel te zijn. Dus informatie zoals Indianen met
veren, een inwoner uit Kongo met een strooien rokje is verouderd.
- De gegeven informatie moet zo volledig mogelijk zijn (naast arme mensen, heb je ook
een middenklasse en rijke mensen).
- Probeer aandacht te hebben voor het gewone. Vb. polygamie is eerder uitzondering
dan regel, dus kan je daar beter de nadruk niet op leggen.
1 AA VS 2 249 © 2019 Arteveldehogeschool

