Page 170 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 170

Kijkwijzer – Taal in Toetsen

                                                                                     voldoet
                  De toetsvraag  →

                                                                 helemaal
                                                                                                     helemaal
                                                                   niet
              1. Is een samengestelde vraag
              Is niet opgesplitst in deelvragen                     1           2           3            4
              Maak deelvragen
              2. Bevat een onduidelijke antwoordinstructie
              Bespreek = vaag                                       1           2           3            4
              Geef de stappen, zet in volgorde van ….
              Combineer het begrip met de omschrijving (1)
              Omschrijf in eigen woorden ……                 (2)
              Geef de definitie van …in formele taal        (3)
              3. Is een onbegrensde open vraag
              Vergelijk, beschrijf, situeer, lokaliseer ….(zie leerplan   1     2           3            4
              1° graad)
              Geef overeenkomsten en verschillen van
              Beschijf 3 kenmerken van …
              4. Is een (invul)vraag zonder context
              Wat stelt deze figuur voor?                           1           2           3            4
              Vermijd opdrachten zonder context
              5. Bevat vreemde en/of abstracte woorden,
              laagfrequente
              Onderstreep het essentiële in de tekst                1           2           3            4
              Markeer de kernwoorden …..
              6. Bevat woorden met dubbele betekenis
              Geef de samenstelling van de as.                      1           2           3            4
              Welke stroom loopt door Antwerpen?
              7. Bevat (verdoken) verwijswoorden
              Zij/hij/deze/dat/die                                  1           2           3            4
              Herhaal het woord waar ze op wijzen
              8. Bevat structurerende woorden
              Tenzij/ofschoon/daarentegen/mits                      1           2           3            4
              Vermijd deze structurerende woorden
              9. Bevat vraagvormen/taal die vreemd zijn aan het     1           2           3            4
              handboek en/of lespraktijk
              Gebruik vraagvormen en taal die ook in de lespraktijk
              ingeoefend worden
                                                                Behouden
              Bekijk de scores.                                      !            aanpassen         Weg ermee !
              Besluit?

                        (1)  = herkennen (2) = inzicht (3) = definitie/formele taal
                                                          Bron: VONK
                        Zie ook info 6.8 (p.144): kenmerken van een goede evaluatie in (Steegen, An (Red.), 2018).

                        Neem ook aandachtig de hiermee overeenstemmende inhoud van hoofdstuk 6 p. 130-
                                             p.150 in (Steegen, An (Red.), 2018) door.


                        2 AAVD                                 170                  © 2020 Arteveldehogeschool
   165   166   167   168   169   170   171   172   173   174   175