Page 174 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 174

Werken aan taalbeleid in de lessen aardrijkskunde

                                       Leen Van Hecke, pedagogisch begeleider aardrijkskunde.

                           De  onderstaande  situatie  is  wellicht  heel  herkenbaar  voor  heel  wat
                           aardrijkskundeleraren.
                           Zeg maar… het leven zoals het is in het aardrijkskundelokaal…
                           leraar Wie kan dat in het kort samenvatten eventueel met behulp van een tekening op
                           het bord? Hoe die gebieden omhoog komen, hoe zullen bergen ontstaan? Ja.
                           Wim Eh… schuift in een… ze tegen elkaar doen, dat gaat heel langzaam…langzaam gaat
                           het omhoog.
                           Leraar Wat gaat heel langzaam?
                           Wim Eh, … de gebergten gaan de… schuiven tegen elkaar aan en… wordt het…wel zo
                           langzamerhand gaat het zo omhoog. Zo ook met …Zuid-Amerika.
                           Dat heeft vroeger vastgezeten aan Noord-Amerika.
                           Leraar Ja, maar dat zijn niet zulke verhalen door elkaar. Ik geloof niet dat ik het zo
                           verteld heb.
                           _____________________________________________________________________

                           Nadat ook andere leerlingen niet in staat zijn gebleken de stof uit de vorige les samen
                           te vatten, begint de aardrijkskundeleraar nogmaals aan een uitleg, waarbij hij ook een
                           tekening op het bord maakt die de leerlingen in hun schrift overnemen.
                           ______________________________________________________________________
                           Leraar (…) dat is in ieder geval wat we gisteren gezien hebben, dat we in principe twee
                           soorten… systemen onderscheiden, systemen hoe bergen kunnen ontstaan. Dit was in
                           de eerste plaats een plooiingsgebergte en in de tweede plaats een breukgebergte. Wel,
                           bij een plooiingsgebergte kunnen we het beste beginnen bij de zee waar in de loop van
                           miljoenen jaren bijvoorbeeld door rivieren of door… andere manieren allerlei materiaal
                           aangevoerd werd namelijk grind, zand, klei…fossielen die… of dieren, die afsterven en
                           later fossiel worden en die vaak hele dikke lagen op kunnen bouwen en dan zien we de
                           eerste situatie zoals het vroeger was… een zeebodem die bedekt wordt met allerlei
                           lagen.
                           ______________________________________________________________________

                           Wordt onderbroken door een leerling die denkt dat hij een stippellijn heeft vergeten te
                           trekken, wat niet het geval blijkt te zijn.
                           ______________________________________________________________________
                           Net als deze leraar in deze situatie ondervinden wij vaak hoe moeilijk het is een voor
                           ons vertrouwd proces als gebergtevorming uit te leggen in een taal die onze leerlingen
                           begrijpen. Niet al onze leerlingen hebben een taalniveau dat voldoende is om de les te
                           kunnen volgen. Wij zijn er ons niet altijd van bewust, maar er zitten nogal wat talige
                           struikelblokken in onze aardrijkskundelessen.

                           ▪  We gebruiken onbewust heel wat vakjargon. Als de vaktaal niet systematisch en
                               stapsgewijs wordt aangebracht, blijven leerlingen over deze “moeilijke” woorden
                               struikelen.

                               Concreet voorbeeld:

                               Leid uit het klimatogram van Wladiwostock het klimaattype af met behulp van de
                               determinatietabel,  beschrijf  de  karakteristieke  vegetatie  die  hierbij  hoort  en
                               situeer deze op de facetkaart van de klimaten in de wereld.




                        2 AAVD                                 174                  © 2020 Arteveldehogeschool
   169   170   171   172   173   174   175   176   177   178   179