Page 171 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 171
ACHTERGROND 6
Op weg naar taalontwikkelend lesgeven.
14 tips voor taalontwikkelende leeromgevingen en interactie (Van Gorp, 2012).
Voor heel wat leerlingen vormt taal een struikelblok om tot voldoende begrip en
beheersing van vakinhouden te komen. Eerder dan dat leerlingen in de lessen
wereldoriëntatie, wiskunde, geschiedenis…de nodige talige competenties opbouwen
om over de inhouden van die vakken te communiceren, lopen leerlingen vaak tegen
hun eigen talige grenzen aan. Handboeken en didactische werkvormen bieden vaak
onvoldoende hulp om de vakinhouden én de taal van die vakinhouden te verwerven
Koen Van Gorp lijst 14 tips op om leerkrachten te helpen om meer taalontwikkelend
les te geven: 8 tips voor een taalontwikkelende leeromgeving, en 6 tips voor
taalontwikkelende interactie met de leerlingen.
8 tips voor een krachtige taalontwikkelende leeromgeving.
1 Vereenvoudig je lesinhoud, taken of teksten niet, maar maak gebruik van onderstaande
tips om ze toegankelijk te maken. Het vereenvoudigen van teksten maakt het begrijpen
van teksten vaak moeilijker omdat de structuur van de tekst en de verbanden tussen
tekstdelen onduidelijk worden.
2 Bied authentieke en voldoende complexe taken aan met veel interactiemogelijkheden.
Op die manier kunnen leerlingen leerinhouden gezamenlijk en op een actieve manier
verwerken en daarbij de nodige taalvaardigheid opbouwen. Hoekenwerk is bijvoorbeeld
een krachtig en motiverend middel om leerlingen zelfontdekkend en interactief met taal
aan de slag te laten gaan.
3 Bied heel veel verschillende denkactiviteiten rond een bepaalde leerinhoud aan. Elke
activiteit brengt zijn eigen taalgebruik en dus oefenkansen mee: beschrijven, vergelijken,
rapporteren, discussiëren, ...
4 Bied de leerlingen de mogelijkheid om de leerinhoud al luisterend, sprekend, lezend
en schrijvend te verwerken. Praten bij het uitvoeren van een proefje heeft een heel
ander karakter dan mondeling rapporteren voor de klas, en dat vraagt weer om een
andere presentatie en formulering dan een geschreven verslag. Op die manier zetten
de leerlingen de stap van informeel naar formeel taalgebruik en van mondelinge naar
geschreven taal (zie tip 14).
5 Laat de leerlingen schrijven over de teksten die ze lezen. Schrijven over teksten is een
onderbenutte werkvorm in het onderwijs, terwijl het een heel krachtige manier is om
greep te krijgen op leerinhouden, en om leerlingen de kans te geven die beheersing ook in
taal te laten zien. Een brochure voor een klastentoonstelling van voorwerpen uit de tijd
van de ouders en grootouders van leerlingen, het weetje Waarom de kompasnaald altijd
naar het noorden wijst? voor een jeugdtijdschrift, glasheldere instructies voor het
uitvoeren van een scheikundige proef, een manifest voor een groenere economie, het
ontwerp van een nieuwe grondwet, ... Er zijn heel wat schrijfopdrachten denkbaar die
leerlingen helpen om informatie diepgaand te verwerken.
6 Laat algemene schooltaalwoorden (zoals ‘kenmerk’, ‘bepalen’, ‘vergelijken’) meerdere
keren in interessante en gevarieerde contexten terugkeren. Geef leerlingen de kans krijgen
om die woorden actief mondeling of schriftelijk te verwerken (zie tip 4).
2 AAVD 171 © 2020 Arteveldehogeschool

