Page 175 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 175

▪  Soms zit de talige struikelblok elders.

                               In de opdracht: “Welke factoren hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van dat
                               gebied?” zitten geen echt “moeilijke” woorden, maar hier gaat het om de begrippen
                               en de zinsconstructies waarvan we ons constant bedienen in de les. Deze opdracht is
                               verpakt in een taal waarin wij ons goed thuis voelen, maar sommige van onze
                               leerlingen hebben echt moeite met deze “schooltaal”.
                           En het zijn heus niet enkel anderstalige leerlingen die zich afvragen wat er precies van
                           hen verwacht wordt als de opdracht luidt:”vergelijk de economische kenmerken van
                           deze regio met die van België.”

                              ▪  Ook  teksten  die  we  aanbieden  als  bronmateriaal  of  die  we  als  leertekst
                                  meegeven, worden soms maar ten dele of zelfs helemaal niet begrepen.

                           Concrete voorbeelden (geplukt uit actuele handboeken): “De oneffen groene voorgrond
                           met zijn ondiepe waterplassen contrasteert met het akkerland, dat in het tweede plan
                           de boerderijen in hun geheel boven de rietkraag doen uitkomen.”
                           “De exponentiële groei van Latijns-Amerikaanse steden kan gezien worden in het licht
                           van push- en pull-factoren”.
                           Het  komt erop  neer  dat  onze  leerlingen  omwille  van  die  “taaldrempels”  niet  altijd
                           begrijpen waar het over gaat en het lastig en moeilijk vinden vragen te begrijpen en te
                           beantwoorden. De lesinhouden gaan dan aan hen voorbij en ze haken af.
                           Leerlingen - en met hen ook leraren – worden er moedeloos van… Soms komt het zo
                           ver dat leerlingen nauwelijks iets bijleren, noch op vakinhoudelijk vlak, noch op het vlak
                           van taalverwerving.
                           De problematiek is eigen aan alle niet-taalvakken. Taal en leren zijn onlosmakelijk met
                           elkaar verbonden. Die verwevenheid vormt de basis van het taalgericht vakonderwijs,
                           waarbij men de taalontwikkeling van leerlingen bevordert vanuit het uitgangspunt van
                           de lesonderwerpen van elk vak.
                           Hoe  kunnen  wij  als  leraar  aardrijkskunde  onze  lessen  taalgerichter  maken?  Uit  de
                           literatuur leren we dat taalgericht vakonderwijs “contextrijk en interactief onderwijs
                           met taalsteun” is. Het is een geruststellende gedachte dat deze benadering naadloos
                           aansluit bij de actuele vakdidactiek: de toepassing van de basisprincipes ervan leidt
                           niet  alleen  tot  groeiende  belangstelling  voor  de  aangeboden  leerstof  met  meer
                           leerkansen voor elke leerling, maar bevordert terzelfdertijd ook
                           hun taalvaardigheid.

                           We willen in deze bijdrage enkele tips meegeven om deze principes in de concrete
                           aardrijkskundelessen te vertalen:

                              1.  Bied de leerinhouden contextrijk aan.

                           -  Kader de lesonderwerpen in een context die aansluit bij de belevingswereld van
                               de  leerlingen;  maak  het  onderwerp  op  die  manier  zo  concreet  mogelijk.  In
                               aardrijkskunde  maken  we  hiervoor  veelvuldig  gebruik  van  beeldmateriaal  als
                               instap voor de les (foto’s en beeldfragmenten). Deze aanpak is voor veel thema’s
                               niet vrijblijvend, maar is geïntegreerd in de doelstellingen (en is dus verplicht!)

                               Concreet voorbeeld:

                               In  de  tweede  graad  staat  in  alle  leerplandoelstellingen  bij  de  studie  vande
                               regionale thema’s expliciet “uitgaande van beelden…”




                        2 AAVD                                 175                  © 2020 Arteveldehogeschool
   170   171   172   173   174   175   176   177   178   179   180