Page 214 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 214
niet te verwonderen dat bij de ontwikkeling van de Europese staten er naar natuurlijke
linguïstische grenzen gestreefd werd en dat de koloniale machten meteen ook de
verspreiding van de officiële taal in de onderworpen gebieden oplegde. En belangrijk
gevolg is ook dat binnen de staten de taal minoriteiten dikwijls de kernen werden van een
streven naar culturele en soms zelfs naar politiek autonomie.
Als belangrijke hoofdgroepen onderscheiden we in Europa de Romaanse, de Germaanse
en de Slavische taalgroep. Grofweg worden die respectievelijk gelokaliseerd in zuidelijke
(mediterraan), noordelijk en oostelijk Europa. Belangrijk zijn ook de relicten van de
Keltische, Griekse, Baltische talen, evenals die van de niet Indo-Europese talen zoals het
Baskisch, het Fins en het Hongaars. De eerste groep getuigt dat culturen op Europese basis
verdreven werden naar de periferie en grotendeels verdwenen zijn. De tweede groep
wijst op het voorkomen van de pre-Europese en niet-Europese culturen binnen het
Europese vasteland.
OPDRACHT
Teken deze taalgrenzen op de onderstaande blinde kaart van Europa. Maak een passende
legende op.
Figuur 132: Talen in Europa
Als communicatiemiddel betekent taal ook informatieoverdracht, en kennis van
informatie is macht. Dit geldt zowel voor de taal van de upperclass t.o.v. de volkstaal, als
voor de administratieve taal t.o.v. de gewone omgangstaal en het wetenschappelijk
vakjargon. De verspreiding van de Europese talen buiten Europa illustreert dit eveneens.
1 AA VS 2 214 © 2019 Arteveldehogeschool

