Page 210 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 210

▪  Nadelen voor de aankomstlanden

                        Bij de demografische nadelen speelt het feit dat de migranten zich doorgaans vestigen in
                        de reeds volkrijke gebieden een belangrijke rol. Voor een deel wordt de eigen bevolking
                        verdrongen in de wijken waar meer en meer migranten komen wonen. Op sociaal vlak
                        merkt men het ontstaan van een nieuw subproletariaat bij de kernen van de grote steden.
                        Er doen zich adaptatieproblemen voor samen met spanningen in het onderwijs, etnische
                        spanningen  en  criminaliteit.  Dit  kan  leiden  naar  het  zogenaamde  Uberfremdungs-
                        verschijnsel. Dit is een gevoel van overheersing bij de inheemse bevolking, optredend
                        vanaf  12  %  vreemdelingen.  Op  economisch  vlak  onderscheidt  men  kosten  voor
                        beroepsopleiding,   rekruteringskosten,   repatriëringkosten   van   lonen,   hogere
                        vestigingskosten door gezinsimmigratie, sociale zekerheid, onderwijs, infrastructuur. De
                        hogere gemeenschapskosten, geraamd op ca. 20.000 € per immigrant werken inflatie
                        bevorderend.  Op  economisch  vlak  dient  een  onderscheid  gemaakt  te  worden  tussen
                        investeringen in de breedte (productie verhogen zonder dat de productiviteit toeneemt
                        of m.a.w. de tewerkstelling neemt in dezelfde mate toe als de productie) en in de diepte
                        (verhoogde  productiviteit  dankzij  betere  machines,  waardoor  arbeidskrachten
                        uitgespaard worden).

                          ▪  Voordelen voor de vertreklanden


                        Demografisch is er de verminderende bevolkingsdruk. Een sociaal voordeel is dat de
                        migrant  zijn  inkomen  kan  vergroten  en  zijn  beroepskwaliteit  kan  verbeteren.  De
                        ervaringen  in  het  buitenland  opgedaan  zouden  ten  goede  kunnen  komen  aan  het
                        herkomstland  na  hun  terugkeer.  De  immigrant  komt  in  voeling  met  de  moderne
                        leefpatronen. De emancipatie van de vrouw vordert sneller, ook wanneer ze achter blijft
                        in het vertrekland, omdat ze o.a. alleen moet instaan voor de opvoeding van de kinderen.
                        Bij de economische voordelen moet de massale geldstromen naar de zendende landen
                        vermeld worden. Bovendien vermindert de werkloosheid in de herkomstlanden. Het geld
                        dat door geëmigreerde onderdanen naar hun verwanten wordt toegestuurd, vormt voor
                        een aantal landen een belangrijke bron van inkomsten. De ‘Belgische allochtonen’ zouden
                        dagelijks zo’n 500.000 euro naar hun vaderland sturen.

                          ▪  Nadelen voor de vertreklanden


                        Demografisch gezien is een volksveroudering belangrijk. Omdat alleen jonge, dynamische
                        mensen vertrekken krijgt men in de exportlanden een overwicht van oudere mensen. De
                        activiteitsgraad daalt soms tot 25%. Sociaal moet de gezinsdesintegratie, bijvoorbeeld
                        gezinsscheiding, moeilijke aanpassing in het vreemde land of slechte huisvesting, vermeld
                        worden.   Economisch    geeft   de   divergente   welvaartsontwikkeling   tussen
                        geïndustrialiseerde gebieden en achtergebleven regio’s problemen. De ontwikkeling in de
                        dun bevolkte agrarische gebieden zal nog verder vertragen. Bij een economische recessie
                        in de industrielanden worden de gastarbeiders ook het eerst getroffen en worden ze
                        gemakkelijk teruggezonden wat de economische instabiliteit van de zendende landen nog
                        doet toenemen.






                        1 AA VS 2                             210                  © 2019 Arteveldehogeschool
   205   206   207   208   209   210   211   212   213   214   215