Page 223 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 223

Europa  leggen  de  meeste  nadruk  op  individuele  vrijheid  en  persoonlijke
                            ontwikkeling. In Luxemburg ziet 45% een sterke leider die regeert zonder parlement
                            en verkiezingen wel zitten; in Nederland is dit percentage 27%.
                        -   Maatschappij:  Een  one-night  stand  is  alleen  acceptabel  voor  jongeren in  Noord-
                            Europa. Over homoseksualiteit wordt zeer verschillend gedacht in Europa. Maar 10%
                            van de Portugezen denkt dat de meeste mensen te vertrouwen zijn. Als enige land in
                            Europa  schrijft  Nederland  armoede  vooral  toe  aan  toevallige  tegenspoed.
                            Drugsverslaafden zijn Europa-wijd de minst geliefde buren.
                        -   Geluk: Een partner en geld brengen geluk, kinderen nauwelijks. De Ieren zijn het
                            gelukkigste volk in Europa: 47,7% is erg gelukkig. Protestanten zijn meer tevreden
                            dan katholieken, orthodox-christenen of islamieten.



               8.2      Regionale ongelijkheden in de Europese Unie

               8.2.1    Inleiding: verschillen ondanks de eenheid
                                                             41
                        Het lijdt geen twijfel dat de uitbreiding van de Europese Unie vanaf 2004 naar het Oosten
                        zowel een sociale als een culturele verrijking betekent. Door de uitbreiding worden echter
                        ook de ontwikkelingsverschillen en de regionale ongelijkheden versterkt.


                        In Europa kunnen er drie types van ongelijkheden vastgesteld worden: de tegenstelling
                        Noord-Zuid,  de  tegenstelling  Oost-West  en  de  tegenstelling  centrum-periferie.  De
                        centrum-periferie  tegenstelling  overlapt  hierbij  vaak  de  Noord-Zuid  en  de  Oost-West
                        tegenstelling.  Dit  uit  zich  ook  binnen  de  Europese  Unie:  de  noordelijke  periferie  (de
                        dunbevolkte  gebieden  van  Scandinavië),  de  Atlantische  periferie  (Noord-Schotland,
                        Noord-Ierland  en  Ierland)  de  zuidelijke  periferie  (Portugal,  Spanje,  Zuid-Italië  en
                        Griekenland) en de oostelijke periferie (de meest nieuwe lidstaten) omgeven immers
                        samen ‘Kern’-Europa.


                        De ongelijkheden, die op verschillende manieren tot uiting komen, zijn omwille van de
                        talrijke oorzaken moeilijk weg te werken. Volgens Europese verdragen moet de Europese
                        Unie zich echter bijzonder inspannen om ‘de verschillen in ontwikkeling van de regio’s en
                        de  achterstand  van  de  sterkst  benadeelde  gebieden,  met  inbegrip  van  de
                        plattelandsgebieden, te verkleinen’.

               8.2.2    Waarnemen en analyseren van de ongelijkheden

                        Bij de waarneming en de analyse van de ongelijkheden in de Europese Unie zijn twee
                        vragen belangrijk: ‘Op welk ruimtelijk niveau vergelijkt men de regio’s?’ en ‘Met behulp
                        van welke indicatoren kunnen de mogelijke ruimtelijke ongelijkheden gemeten worden?’.


                          ▪  Ruimtelijk vergelijkingsniveau

                        Als  ruimtelijke  referentie-eenheid  om  de  regio’s  te  vergelijken  wordt  de  NUTS-
                        systematiek  gebruikt  (Nomenclature  des  Unités  Territoriales  Statistiques).  Deze
                        systematiek werd door de statistische dienst van de Europese Unie (Eurostat) opgesteld


                        41  (Katsaros & Schmengler, 2004)


                        1 AA VS 2                             223                  © 2019 Arteveldehogeschool
   218   219   220   221   222   223   224   225   226   227   228