Page 131 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 131
5.1.9 Methode van experimentele onderzoekspiraal.
Vooraleer een onderwerp in de experimentele onderzoekspiraal te faseren moet het
onderwerp probleemstellend geformuleerd worden. Louter beschijvende onderwerpen
zijn daarom moeilijk zo te behandelen tenzij je ergens de ‘waar en waarom daar-vraag’
kunt stellen. Als leerkracht heb je vooraf een zicht op het aantal factoren dat in de
verklaring meespeelt.
▪ Waarnemingsfase
Hierbij bepaalt de leerkracht welke waarnemingen er gebeuren. Dit hoeft niet altijd
fotomateriaal te zijn. (ook videofragment, tekst,e.a.). Zorg ervoor om in die fase niet alle
factoren te detecteren (leerlingen moeten er zelf ontdekken in de fase van toetsing).
Uiteraard toon je in die fase geen enkele kaart omdat het experiment precies bestaat uit
het ‘voorspellen’ van de kaart. De waarneming eindigt met de formulering van de
hypothese. Belangrijk is die te formuleren naar de leerlingen toe: waarom…volgens jou…?
▪ Hypothetische fase (‘voorspellen’)
Hiervoor dien je een blinde werkkaart klaar te maken. Je vindt die kaarten niet op het
internet of in werkboeken vermits die afhangen van jouw aanpak en selectie van de
waarnemingen. Om geleid te werken kan je meerkeuze inbouwen. Dit heeft het voordeel
dat leerlingen niet in het wilde weg allerlei voorstellingen kunnen doen.
▪ Toetingsfase
Hierbij wordt het voorstel van de leerlingen klassikaal voorgesteld op een transparant of
bord en vergeleken met de werkelijke toestand die je vindt in een atlas of online op het
internet (Google Earth, Google Street View,…).
Laat leerlingen zelf zoeken naar de meest geschikte kaart om dit uit te voeren.
▪ Evaluatie en aanvulling van de hypothesen
Ofwel komt het voorstel van de leerling overeen met de werkelijkheid en dan is het
verschijnsel verklaard, ofwel is er een afwijking. Dit biedt twee mogelijkheden:
- het voorstel komt niet voor op de plaats waar de leerling het voorspelt
- het verschijnsel doet zich voor op plaatsen die niet werden voorspeld.
In beide gevallen dient er gezocht te worden naar andere factoren. Hier komen de niet
waargenomen factoren uit fase 1 in werking.
Op die manier ‘draait’ de spiraal in een tweede ‘cyclus’. Hier kan ook een toepassing
gezocht worden op een andere schaal: b.v. Europees i.p.v. Belgisch.
OPDRACHT 10
Verklaar het voorkomen van de tarweteelt in de VS (waar en waarom daar tarweteelt
in de VS ?) met de experimentele onderzoekspiraal. Werk de verschillende
fasen van deze spiraal in detail uit. Gebruik de inhoudelijke info hierover uit de syllabus
Vakstudie Aardrijkskunde 3 (zowel mbt. ‘teeltvoowaarden’ (waarnemingsfase) als
‘kaart met het ideaal en het voorwaardelijke teeltgebied( (hypothetische fase)) . Zie
ook ‘regionale methode’ in deze syllabus.
aangeboden figuur 2, voor de ‘. Voeg een PPTx-afdruk (6 dia’s per blad) van je
eindresultaat aan je opdrachtenmap toe.
2 AAVD 131 © 2020 Arteveldehogeschool

