Page 133 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 133

In een spel krijgen leerlingen een rol. In aardrijkskunde bestaat de neiging om steeds een
                        managerrol in te nemen omdat het gaat over bedrijven. De meeste leerlingen (99,…%)
                        zullen nooit in zo’n rol participeren. Misschien worden ze we vakbondsafgevaardigde of
                        gewoon lid van ….
                        Ga dus beter uit van zo’n rollen die emancipatorisch kunnen werken.
                        b.v Je bent lid van van de aandeelhoudersvergadering, van…vakbond op het niveau van
                        de beslissingen…


               5.2      Activerende en creatieve werkvormen

                        (Leat, 1998)

                        Volgende  werkvormen  zijn  niet  echt  vakgebonden  maar  zijn  binnen  het  vak
                        aardrijkskunde bijzonder goed bruikbaar.
                        We noemen ze creatief omdat het resultaat telkens anders kan zijn. De inbreng van de
                        leerling is dan ook maximaal.
                        “Creatief” : (slaat)  “zowel op de werkwijze als de oplossing. Deze kunnen telkens anders
                        zijn  in  functie  van  de  sturing  van  de  leerkracht  en  de  participatie  van  de  leerlingen.
                        Leerlingen kunnen argumenteren – discussiëren – standpunt innemen -
                        Leerkracht is organisator i.p.v. informatie(over)drager
                        Ze  vullen  niet  altijd  een  volledige  les  maar  het  zijn  onderdelen  die  kunnen  ingepast
                        worden in de vorige methodes.

               5.2.1    ‘De strookjeswerkvorm’: wat zie je ?

                        Deze  werkvorm  is  uiterst  geschikt  om  aardrijkskundig  te  leren  denken  a.d.h.v.  een
                        videofragment of een goed gekozen foto. Het beeld moet in meer of minder mate een
                        beetje vreemd overkomen. Er wordt vooraf weinig of geen toelichting gegeven.

                        Volgende stappen worden gezet:


                           ▪  vraag aan de leerlingen om een onderschrift bij de foto te bedenken.
                               Bij een videofragment kan men vragen om een kleine tekst te schrijven zoals het
                               fragment zou worden aangekondigd in bv. een TV-blad.
                           ▪  vervolgens vraag je de leerlingen zelf vragen te stellen (laten noteren) over het
                               beeld. Hier vraag je gewoon om een wie – vraag , een wat-vraag, een waarom-
                               vraag, een hoe-vraag, een waar-vraag te formuleren.
                           ▪  vervolgens  wordt  gevraagd  hoe  je  het  antwoord  op  die  vragen  zou  kunnen
                               vinden…en  met  welke  vraag  je  best  zou  beginnen.  In  een  eerste  stap  wordt
                               gezocht in de direct beschikbare middelen: b.v. de atlas.
                           ▪  Al spoedig loopt het onderzoek vast… dit is het moment om informatie toe te
                               voegen.
                           ▪  per groepje of duo krijgt iedere leerling minstens twee strookjes met bijkomende
                               informatie. Door onderling overleg kunnen de leerlingen de antwoorden op de
                               gestelde vragen vinden (althans als je als leerkracht dit goed hebt voorbereid).
                           ▪  tenslotte  wordt  het  eerste  onderschrift  verbeterd  en  herschreven  nu  op  alle
                               vragen een oplossing is.

                        Heel belangrijk is echter ook de reflectie - samen met de leerlingen - waarbij je overloopt
                        hoe ze (misschien onbewust) aardrijkskundig gedacht hebben.





                        2 AAVD                                 133                  © 2020 Arteveldehogeschool
   128   129   130   131   132   133   134   135   136   137   138