Page 239 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_20142015
P. 239

de EU, democratischer worden en andere hervormingen doorvoeren. Het leger moet minder
         invloed krijgen op de politiek en de vrijheid van meningsuiting moet worden uitgebreid.”

                                                  José Manuel Barroso, toenmalig voorzitter Europese Commissie,
                                                                                                         in De Morgen, 2006

         “Turkije ligt vlakbij Europa, niet in Europa. Zijn hoofdstad ligt niet in Europa en 95% van de
         bevolking woont buiten Europa, het is gewoon geen Europees land. Als de Turken binnen mogen,
         klopt de volgende dag Marokko aan de deur.”

                                              Valéry Giscard d’ Estaing, toenmalig voorzitter Europese Conventie,
                                                                                               in Het Laatste Nieuws, 2002

9.1.2 Hoofdkenmerken van de Europese cultuur37

9.1.2.1  Taal
         Als belangrijke hoofdgroepen onderscheiden we de Romaanse, de Germaanse en de
         Slavische taalgroep. Grofweg worden die respectievelijk gelokaliseerd in zuidelijke
         (mediterraan), noordelijk en oostelijk Europa. Belangrijk zijn ook de relicten van de
         Keltische, Griekse, Baltische talen, evenals die van de niet Indo-Europese talen zoals het
         Baskisch, het Fins en het Hongaars. De eerste groep getuigt dat culturen op Europese basis
         verdreven werden naar de periferie en grotendeels verdwenen zijn. De tweede groep
         wijst op het voorkomen van de pre-Europese en niet-Europese culturen binnen het
         Europese vasteland.

         Het belang van de taal als communicatiemiddel binnen een cultuur kan niet genoeg
         benadrukt worden. Twee voorbeelden illustreren dit. Vooreerst werd de taal als politiek
         instrument gebruikt. Het laat een klassendiscriminatie toe en kan als een administratie
         instrument de centrale macht van een staat versterken. De onderdrukking van
         taalminoriteiten doorheen de geschiedenis is algemeen, denk aan het Vlaams, het
         Bretoens, Occitaans, Welsh, Catalaans en aan de russificatie. Het nationalisme van de 19e
         eeuw is vooral gesteund op en dergelijk opgelegde taaleenheid. Het hoeft ons dan ook
         niet te verwonderen dat bij de ontwikkeling van de Europese staten er naar natuurlijke
         linguïstische grenzen gestreefd werd en dat de koloniale machten meteen ook de
         verspreiding van de officiële taal in de onderworpen gebieden oplegde. En belangrijk
         gevolg is ook dat binnen de staten de taal minoriteiten dikwijls de kernen werden van een
         streven naar culturele en soms zelfs naar politiek autonomie.

         Teken deze taalgrenzen op de onderstaande blinde kaart van Europa. Maak een passende
         legende op.

         37 (Antrop, Geografische aspecten van de Europese cultuur, 1992)

         1 AA VS 2  239                                                    © 2014 Arteveldehogeschool
   234   235   236   237   238   239   240   241   242   243   244