Page 156 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 156
Op basis van de uitgestrektheid van de bebouwing en de aard en de verscheidenheid van
handel en diensten kunnen we drie soorten van bebouwde kernen onderscheiden:
- Plattelandse bebouwde kern: In de plattelandse bebouwde kern, kortweg
plattelandse kern, is de geconcentreerde bebouwing beperkt. Dit zijn kernen met een
klein bevolkingsaantal en weinig uitgestrekt in oppervlakte. Je vindt er weinig
appartementen maar veel eengezinshuizen en boerderijen. Tussen de
landbouwgronden en bossen komt er verspreide bebouwing voor. Langs de
invalswegen tref je kleine stukjes lintbebouwing aan. Het aanbod aan handel en
diensten is gering. De inwoners moeten zich verplaatsen voor onderwijs, winkels enz.
Met de oprukkende bebouwing wordt de open ruimte almaar schaarser, ook op het
platteland. Steeds meer groeperingen zetten zich in voor het behoud van open
ruimte en groen. Open ruimte wordt een waardevol, duurzaam bezit.
- Verstedelijkte bebouwde kern: In de verstedelijkte bebouwde kern, kortweg
verstedelijkte kernen, neemt de geconcentreerde bebouwing meer open ruimte in.
Qua inwonersaantal en qua oppervlakte zijn deze kernen een tussenvorm tussen
plattelandse en stedelijke kernen. In het centrum domineert de gesloten bebouwing.
Aan de rand vindt men veelal lintbebouwing en verkavelingen met zowel gesloten,
als halfopen en open bebouwing. Een verstedelijkte woonkern heeft een ruim
aanbod aan handel en diensten. Toch moeten de inwoners zich voor meer
gespecialiseerde functies verplaatsen naar de stedelijke kern. De meeste
middelgrote bebouwde kernen in Vlaanderen zijn te typeren als verstedelijkte
kernen.
- Stad of stedelijke bebouwde kern: De stad of stedelijke bebouwde kern heeft een
uitgestrekte geconcentreerde bebouwing. Het aanbod aan handel en diensten is er
uitgebreid en gespecialiseerd. Inwoners van de plattelandskern en van de
verstedelijkte kern maken er ook gebruik van; deze bebouwde kernen trekken dus
met hun handel en diensten mensen van buiten de kern aan. In de stad wonen,
werken en leven veel mensen dicht bij elkaar. De stad is ook aantrekkelijk: winkels,
kantoren, scholen en openbaar vervoer zijn dichtbij. Er zijn veel gelegenheden om
elkaar te ontmoeten, zoals horeca of een speelplein, en er is een groot aanbod van
activiteiten, zoals een filmzaal en shoppingcentra. Verkeersoverlast, verkrotting en
leegstand, vervuiling en criminaliteit maken het wonen in de stad minder
aangenaam.
Het begrip dorp kan veelal correct worden toegepast op een plattelandse kern, maar is
niet zo correct als daar een grote verstedelijkte kern mee bedoeld wordt. Onder gehucht
verstaan we een zeer kleine bebouwde kern.
6.4.7.3 Didactische verwerking
OPDRACHT
Plaats de nummers van de foto’s in de juiste vakjes en noteer telkens de juiste benaming.
Kies hiervoor uit plattelandskern (P), verstedelijkte kern (V) of stedelijke kern (S).
1 AA VS 2 156 © 2019 Arteveldehogeschool

