Page 199 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 199
hoogst zijn, is de totale vruchtbaarheid al gedaald van 5,1 geboortes per vrouw in 2000-
2005 tot 4,7 geboortes in 2010-2015. In dezelfde periode daalde het vruchtbaarheids-
niveau ook in Azië (van 2,4 naar 2,2), Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (van 2,5 naar
2,1) en Noord-Amerika (van 2,0 naar 1,85). Europa is de afgelopen jaren een uitzondering
op deze trend geweest: de totale vruchtbaarheid is er gestegen van 1,4 geboortes per
vrouw in 2000-2005 tot 1,6 geboortes in 2010-2015. De totale vruchtbaarheid in Oceanië
is sinds 2000 weinig veranderd, met ongeveer 2,4 geboortes per vrouw in zowel 2000-
2005 als 2010-2015. Men verwacht wel dat de vruchtbaarheid in Europa en Noord-
Amerika in 2045-2050 opnieuw zal stijgen, tot respectievelijk 1,85 en 1,9 geboortes per
vrouw. In de andere regio’s zal de vruchtbaarheid wel dalen in die periode, met de
grootste daling in Afrika.
De 47 minst ontwikkelde landen hebben nog steeds een hoog vruchtbaarheidsniveau, met
4,3 geboortes per vrouw in 2010-2015, alsook een snelle bevolkingsgroei van 2,4% per
jaar. Hoewel dit percentage de komende decennia zal vertragen, zal de totale bevolking
van deze landen, die in 2017 ongeveer een miljard inwoners telt, tussen 2017 en 2030
toch nog met 33% toenemen en in 2050 1,9 miljard inwoners bereiken.
7.4.3 Vergrijzing
Een daling van het vruchtbaarheidsniveau leidt niet alleen tot een langzamere
bevolkingsgroei, maar ook tot een ouder wordende bevolking. Zowel op wereldniveau als
op het niveau van vele landen en regio’s is het aandeel ouderen gestegen, terwijl het
aandeel van jongeren is afgenomen. In 2017 zijn er wereldwijd meer dan twee keer zoveel
kinderen jonger dan 15 jaar dan personen die ouder zijn dan 60 jaar. In 2050 zal het aantal
zestigplussers echter ongeveer gelijk zijn aan het aantal kinderen onder de 15 jaar, met
ongeveer 2,1 miljard per groep. Dit is een verdubbeling in vergelijking met 2017 (met
slechts 962 miljoen zestigplussers), en in 2100 verwacht men een verdrievoudiging (met
3,1 miljard zestigplussers).
In Europa is al 25% van de bevolking 60 jaar of ouder en dat percentage zal in 2050 35%
en in 2100 36% bedragen. Ook de bevolking in andere regio's zal de komende decennia
aanzienlijk ouder worden. In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied zullen de
zestigplussers van slechts 12% in 2017 naar 25% in 2050 gaan, wat ook zo is voor Azië. In
Noord-Amerika zullen deze percentages stijgen van 22% naar 28%, en in Oceanië van 17%
naar 23%. Afrika, dat de jongste leeftijdsverdeling van elke regio heeft, zal ook een snelle
vergrijzing van zijn bevolking doormaken de komende decennia, waarbij het percentage
van zestigplussers zal stijgen van 5% in 2017 tot 9% in 2050.
Het aantal personen ouder dan 80 jaar zal in vergelijking met 2017 (met slechts 137
miljoen tachtigplussers) verdrievoudigen in 2050 (tot 425 miljoen) en maar liefst
verzevenvoudigen in 2100 (tot 909 miljoen). In 2017 woont 27% van deze tachtigplussers
in Europa, maar dat aandeel zal dalen tot 17% in 2050 en 10% in 2100, aangezien de
bevolking van andere regio's in omvang blijft toenemen en zelf ouder wordt.
Hoewel verwacht wordt dat de bevolking van alle landen binnen afzienbare tijd ouder zal
worden, zal de bevolking in regio's waar de vruchtbaarheid nog hoog is, relatief jong
1 AA VS 2 199 © 2019 Arteveldehogeschool

