Page 200 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 200
blijven, althans op korte termijn. In Afrika bijvoorbeeld is momenteel 60% van de
bevolking jonger dan 25 jaar, maar dit percentage zal in 2030 licht dalen tot 57% en in
2050 verder afnemen tot ongeveer 50%.
7.4.4 Bevolkingsgroei en -krimp in regio’s
Naar verwachting zullen tien landen samen verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft
van de verwachte toename van de wereldbevolking in de periode 2017-2050: India,
Nigeria, DR Congo, Pakistan, Ethiopië, Tanzania, de Verenigde Staten van Amerika,
Oeganda, Indonesië en Egypte.
In Afrika blijft de bevolkingsgroei zeer hoog. Men verwacht dat tussen 2017 en 2050 de
bevolking van 26 Afrikaanse landen ten minste zal verdubbelen, en voor zes Afrikaanse
landen zal de bevolking tegen 2100 toenemen tot meer dan vijf keer de huidige omvang:
Angola, Burundi, Niger, Somalië, Tanzania en Zambia.
Naar verwachting zullen 51 regio’s tussen 2017 en 2050 een bevolkingsafname ondergaan
en in tien regio’s zal de bevolking tegen 2050 met meer dan 15% gedaald zijn: Bulgarije,
Kroatië, Letland, Litouwen, Polen, de Republiek Moldavië, Roemenië, Servië, Oekraïne en
de Maagdeneilanden van de Verenigde Staten.
7.4.5 Levensverwachting
De levensverwachting is wereldwijd de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd: voor
mannen is de levensverwachting gestegen van 65 jaar in 2000-2005 tot 69 jaar in 2010-
2015, en voor vrouwen gaat het om een stijging van 69 jaar tot 73 jaar. Er bestaan echter
grote verschillen tussen de landen. Zo bedraagt de levensverwachting in Australië,
Hongkong, IJsland, Italië, Japan, Macau, Singapore, Spanje en Zwitserland voor beide
geslachten samen momenteel 82 jaar, terwijl dit in de Centraal-Afrikaanse Republiek,
Tsjaad, Ivoorkust, Lesotho, Nigeria, Sierra Leone, Somalië en Swaziland minder dan 55 jaar
is. De hiv/aids-epidemie en conflicten liggen hier vooral aan de basis van. Ook binnen
Europa zijn er grote verschillen: in Oost-Europa is de levensverwachting maar 72 jaar, wat
veel minder is dan West-Europa. Mogelijke oorzaak hierbij zijn de verslechterde
levensomstandigheden sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.
Ook in de LDC’s is de levensverwachting aanzienlijk gestegen de voorbije jaren, namelijk
met zes jaar tussen 2000-2005 en 2010-2015. Deze stijging is twee keer zo groot als de
stijging in de rest van de wereld. Toch lopen de minst ontwikkelde landen nog steeds
achter op andere ontwikkelingslanden. Hoewel verwacht wordt dat de verschillen tussen
regio's en inkomensgroepen in de komende jaren zullen aanhouden, zullen ze wel
afnemen tegen 2045-2050.
Naar verwachting zal de wereldwijze levensverwachting stijgen van 71 jaar in 2010-2015
tot 77 jaar in 2045-2050 en uiteindelijk tot 83 jaar in 2095-2100.
7.4.6 Tienermoeders, kindersterfte en hiv/aids-gerelateerde sterfte
In de meeste landen is het aantal tienermoeders, vaak een indicator voor de gezondheid
en de sociaal-maatschappelijke situatie van jonge vrouwen en kinderen, de voorbije jaren
1 AA VS 2 200 © 2019 Arteveldehogeschool

