Page 201 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 201

gedaald. In Afrika blijft dit cijfer echter nog steeds hoog, met 99 geboortes per 1000
                        vrouwen van 15 tot 19 jaar, gevolgd door Latijns-Amerika en het Caribisch gebied met 67
                        geboortes. Dit geboortecijfer bedraagt er 16% van de totale vruchtbaarheid.

                        De  laatste  jaren  is  er  een  aanzienlijke  en  verreikende  vooruitgang  geboekt  bij  het
                        terugdringen van het kindersterftecijfer, een belangrijke indicator voor de ontwikkeling
                        en het welzijn van kinderen. Tussen 2000-2005 en 2010-2015 is deze kindersterfte met
                        meer dan 20% gedaald in maar liefst 163 landen en met meer dan 30% in 89 landen,
                        waarvan 10 landen een daling optekenden van 50%.

                        Hoewel de hiv/aids-epidemie nog steeds een groot probleem is voor de volksgezondheid,
                        lijkt de hiv/aids-gerelateerde sterfte in de meeste landen die zwaar door de epidemie zijn
                        getroffen, in het afgelopen decennium een hoogtepunt te hebben bereikt, vooral dankzij
                        de toenemende beschikbaarheid van antiretrovirale behandelingen. In landen waar de
                        hiv-prevalentie  hoog  is  geweest,  blijft  het  effect  van  de  epidemie  in  termen  van
                        morbiditeit, mortaliteit en tragere bevolkingsgroei echter duidelijk zichtbaar. Zo is de
                        levensverwachting bij geboorte in zuidelijk Afrika gedaald van 62 jaar in 1990-1995 tot 53
                        jaar in 2000-2005 en 2005-2010 en vervolgens gestegen tot 59 jaar in 2010-2015. Hoewel
                        de  levensverwachting  in  zuidelijk  Afrika  naar  verwachting  tegen  2015-2020  zal  zijn
                        teruggekeerd naar het niveau van begin jaren ‘90, betekent dit een verlies van twee
                        decennia aan potentiële verbeteringen in overlevingskansen.


               7.4.7    Bevolkingscijfers gerelateerd aan migratie
                        In regio’s waar de vruchtbaarheid onder het vervangingsniveau ligt, zal de bevolking in
                        omvang afnemen, tenzij de negatieve natuurlijke aangroei gecompenseerd wordt door
                        een positief migratiesaldo. Echter, de huidige internationale migratie is niet voldoende
                        om de verwachte negatieve natuurlijke aangroei te compenseren, vooral niet in Europa.
                        Tussen 2015 en 2050 zullen er naar verwachting 57 miljoen meer mensen sterven dan
                        geboren worden, terwijl de instroom van migranten ongeveer 32 miljoen zal bedragen,
                        wat dus een afname van de Europese bevolking met 25 miljoen betekent.

                        Hoewel er nog steeds grote migrantenbewegingen tussen regio's zijn, vaak van lage- en
                        midden-inkomenslanden  naar  landen  met  een  hoog  inkomen,  neemt  het  aantal
                        migranten toch af. Zo is het aantal migranten naar hoge-inkomenslanden in 2010-2015
                        (3,2 miljoen per jaar) gedaald ten opzichte van een piek in 2005-2010 (4,5 miljoen per
                        jaar).  In  de  periode  2010-2015  werd  er  vooral  gemigreerd  vanuit  de  landen  die
                        gedomineerd  werden  door  de  vluchtelingenbewegingen,  zoals  Syrië,  en  vanuit  India,
                        Bangladesh,  China,  Pakistan,  de  Filippijnen  en  Spanje.  Aankomstlanden  zijn  Turkije,
                        Libanon  en  Jordanië  (gerelateerd  aan  de  Syrische  vluchtelingenbeweging),  en  de
                        Verenigde Staten van Amerika, Duitsland, Saoedi-Arabië, Canada, het Verenigd Koninkrijk,
                        Australië, Oman, Koeweit, Qatar, Rusland, Zuid-Afrika en Maleisië.













                        1 AA VS 2                             201                  © 2019 Arteveldehogeschool
   196   197   198   199   200   201   202   203   204   205   206