Page 202 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 202
7.5 Migratiegeschiedenis van België
37
7.5.1 Inleiding
België heeft sinds zijn ontstaan in 1830 zowel immigratie- als emigratiegolven gekend.
Gedurende de twee eeuwen die aan het ontstaan van België vooraf gingen, werd er uit
de Zuidelijke Nederlanden minder geëmigreerd dan uit andere West-Europese landen. De
laatste massale uittocht uit onze provincies dateert uit de jaren 1567-1592, tijdens de
e
politiek-religieuze crisis van de Reformatie en de Opstand van de Nederlanden. In de 19
eeuw ontstond er een massa-emigratie uit Duitsland, Centraal-Europa en Italië. Deze
emigratie passeerde vaak via de Belgische spoorwegen en de Antwerpse haven. De
emigratiecijfers van met België vergelijkbare landen zoals Nederland, Zwitserland of
Scandinavië lagen veel hoger.
7.5.2 Emigraties uit België
Een schets van de situatie van Belgische emigranten eind vorige en begin deze eeuw kan
verhelderend werken naar de immigratie toe. Belgische emigranten migreren immers
vaak vanuit dezelfde achtergrondsituatie als migranten uit andere landen. Het zijn niet
enkel individuele motieven die tot emigratie aanzetten, ook de politieke, sociale en
economische context zijn van doorslaggevend belang om het fenomeen te begrijpen.
Hoewel er weinig nauwkeurige statistische cijfers voorhanden zijn en de Belgen in het
buitenland vaak werden verward met Nederlanders, Fransen of Duitsers mogen we
stellen dat de voornaamste emigraties uit België gericht waren naar Frankrijk, Noord-
Amerika, Latijns-Amerika en Congo. Als typisch Belgisch verschijnsel ging dit eveneens
gepaard met een interne migratie vanuit Vlaanderen naar Wallonië.
▪ Frankrijk, de grote uitwijking
Vooreerst was er de grote uitwijking naar Frankrijk. Al in 1840 werden spoorwegarbeiders
door Engelse ondernemers aangetrokken om de spoorlijn Parijs-Rouen aan te leggen.
Samen met de Italianen behoorden de Belgen tot de eerste gastarbeiders. Ook de Noord-
Franse textielsector kon de Belgische arbeidskrachten gebruiken. De periodes van zwarte
armoede, de landbouwcrisissen van 1846 en 1885, zetten heel wat Belgen, vooral Walen,
ertoe aan om hun heil in het naburige Frankrijk, in Europa of zelfs overzee te gaan zoeken.
De vijfjaarlijkse Franse volkstellingen geven de situatie vrij duidelijk weer.
Aantal Belgen die in Frankrijk gevestigd waren:
- 1851: 128.000 - 1911: 287.000 – WO I
- 1886: 482.000 – Agrarische crisis - 1921: 350.000
- 1891: 465.000 - 1926: 326.000
Bij deze cijfers dient opgemerkt te worden dat sinds 1890 steeds meer Belgen de Franse
nationaliteit verkregen en niet meer tot de vreemdelingen werden gerekend. De Franse
tellingen brachten bovendien niet alle seizoenarbeiders en zeker niet de grensarbeiders
in rekening die vooral vanaf 1890 talrijk waren toen de spoorwegverbindingen
37 Naar: Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding
1 AA VS 2 202 © 2019 Arteveldehogeschool

