Page 204 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 204
grondslag. Het openen van de EU-grenzen en de globalisering van de economie trekken
veel jonge mensen weg van hier. Daarnaast trekt ook een pak ouderen weg, meestal naar
oorden die zonniger of fiscaal zonniger zijn. Toch blijft de Belg veel meer dan vele andere
e
nationaliteiten honkvast, zo blijkt. Het totale aantal Belgen dat in de 21 eeuw in het
buitenland woont, zou minder dan 300.000 bedragen. De meeste geregistreerden zoeken
het niet erg ver en alleszins binnen Europa: 81.000 in Frankrijk, 23.500 in Nederland,
21.000 in Duitsland, 20.000 in Spanje, 16.000 in Luxemburg, 13.500 in Zwitserland, 12.000
in Groot-Brittannië, 6.000 in Italië, 2.200 in Griekenland, 2.000 in Portugal, 1.300 in
Oostenrijk. Geen van de noordelijker landen raakt aan de 1.000. In de Verenigde Staten
zouden 18.000 landgenoten hun heil hebben gezocht, in Canada 11.000, in Argentinië,
Uruguay en Paraguay samen 5.000, in Brazilië 3.600, in Chili 1.500. In Australië en Nieuw-
Zeeland zouden 4.500 Belgen wonen, in China 1.800, in heel zuidelijk Afrika 6.200 en in
Congo 2.700.
▪ Besluit
Het totaal aantal Belgen dat over meer dan een eeuw op de een of andere wijze
meegesleept werd in de emigratiestroom kan het miljoen wel overtroffen hebben. Dit
cijfer blijft vrij bescheiden in vergelijking met de 50 miljoen Europeanen die tussen 1800
en 1940 overzee trokken. Niettemin is de emigratie ook voor de Belg een essentieel
sociaal gegeven waarmee haast alle families, van hoog tot laag, door tenminste één van
hun leden geconfronteerd werden. De oom in Amerika, de zus in Canada, ‘nonkel pater in
Afrika’, begrippen die in veel Belgische gezinnen gangbaar waren.
7.5.3 Immigraties in België
België kende doorheen zijn geschiedenis eveneens een beduidende immigratie. Het is niet
enkel een verschijnsel uit de twintigste eeuw. Vóór de Eerste Wereldoorlog oefende ons
land een zekere aantrekkingskracht uit: het was immers centraal gelegen en gemakkelijk
bereikbaar. België was voor vele emigranten uit Centraal- en Oost-Europa een eerste
rustplaats op hun trek naar de “Nieuwe Wereld”. Het land kende bovendien een
onafgebroken vredestoestand en dank zij de liberale grondwet konden politieke en
religieuze vluchtelingen er een veilig onderdak vinden. Door zijn neutraal statuut trok
België ook heel wat internationale organisaties aan die er hun zetel kwamen vestigen en
congressen en tentoonstellingen organiseerden. Overigens was ons land gekend om zijn
leraren en bood het een degelijk middelbaar en hoger onderwijs dat relatief goedkoop
was.
▪ Overwegend buurlanden voor 1920
In 1846 telde België 95.000 vreemdelingen, wat neerkwam op ongeveer 2 % van de
bevolking. Bij de eeuwwisseling groeide dit aantal tot ongeveer 212.500 niet-Belgen en in
1910 waren 254.000 inwoners of 3,5 % van de bevolking niet-Belgen. Karakteristiek voor
deze periode is dat meer dan 80 % van deze immigranten uit buurlanden afkomstig waren:
in 1910 waren er 28 % Nederlanders, 32 % Fransen en 22 % Duitsers. Hun
beroepsactiviteiten waren erg gevarieerd: van huishoudelijke kracht en fabrieksarbeiders
tot ambachtelijke, commerciële of intellectuele zelfstandigen. Van de ons niet
1 AA VS 2 204 © 2019 Arteveldehogeschool

