Page 207 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_1920
P. 207
De brochure gaf ondermeer informatie over het systeem van arbeidsvergunningen, over
de streken en sectoren waar er vraag naar arbeid was en regelingen met betrekking tot
de kinderbijslag en de sociale zekerheid. Tevens werd de migrant ingelicht over het
gezinsleven in België en over de vrijheid van godsdienst. Opvallend was het aandringen
op de gezinsimmigratie. Dit kaderde in de opvattingen van het rapport Sauvy dat twee
jaar eerder gepubliceerd werd. Daarin toonde Sauvy, een Franse demograaf met
internationale reputatie, aan dat er ook om demografische redenen vreemdelingen
aangetrokken moesten worden, vooral naar het verouderde en kinderarme Wallonië.
Veel gastarbeiders kwamen als toeristen België binnen en gingen vervolgens op zoek naar
werk. Men noemt dit verschijnsel ook de toeristen-werkstelling. Ze werden vaak illegaal
in dienst genomen en via medische goedkeuring werd hun aanwezigheid geregulariseerd
door het Ministerie van Arbeid en Tewerkstelling. In februari 1967 ging de overheid, onder
druk van de vakbonden, de verblijfswetgeving opnieuw strenger toepassen. Het systeem
was echter niet sluitend en de immigratie bleef, zij het in kleiner getal, aanhouden. Er
ontstond een nieuwe economische crisis. Ze ging gepaard met de beruchte olieboycot of
petroleumcrisis. In 1969 schonk België als diplomatiek gebaar aan de olieproducerende
Arabische Wereld het gebouw van het huidige Islamitische en Cultureel Centrum te
Brussel in erfpacht aan de Saoedische koning. Daardoor beschikte de Arabische Wereld
over een punt van culturele uitstraling in Europa. De islamitische eredienst werd door
België erkend.
▪ Economische crisis, regularisatie en immigratiestop tijdens de jaren ‘70
De economische crisis sleepte aan. België besloot om, net zoals andere West-Europese
landen, in 1974 over te gaan tot een totale immigratiestop, die trouwens vandaag nog
steeds van kracht is. Bij het uitvaardigen van deze maatregel werden ongeveer 10.000
mensen geregulariseerd. De vreemdelingen die reeds in België verbleven, kregen
arbeidskaarten en verblijfsvergunningen. Nieuwkomers kwamen hiervoor niet meer in
aanmerking. Arbeidsvergunningen werden enkel nog gegeven aan hooggeschoolde
migranten, zoals Japanners, Noord-Amerikanen en Zweden, maar niet meer aan
immigrerende gastarbeiders. De migranten voor wie de immigratiestop niet van
toepassing is, zijn personen die onderdaan zijn van een EU-lidstaat, zij genieten vrij
verkeer binnen de Europese Unie, personen die zich kunnen beroepen op de
gezinshereniging en de asielzoekers en vluchtelingen. Voor studenten bestaat een
speciaal statuut dat een beperkt verblijf mogelijk maakt.
Door de afkondiging van de immigratiestop had men gehoopt dat het hele
migratieprobleem van het begin van de jaren zeventig zichzelf wel zou oplossen. Men had
in het begin van de jaren zestig bij de rekrutering van de vele migranten onvoldoende
rekening gehouden met de sociale netwerken en verwantschapsstructuren van de Noord-
Afrikaanse en Turkse migranten. Bij de korte bezoeken aan hun land van oorsprong
brachten deze migranten allerlei Westerse tekenen van welstand mee. Dit kon niet anders
dan aantrekkingskracht uitoefenen op de achtergeblevenen. Het gevolg van de
immigratiestop van 1974 is dat de gemeenschappen van gastarbeiders-migranten
evolueren tot zich inburgerende etnische minderheden.
1 AA VS 2 207 © 2019 Arteveldehogeschool

