Page 112 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 112
5 VAKDIDACTISCHE METHODEN EN WERKVORMEN
COMPETENTIES
1. De leerkracht als begeleider van leer-en ontwikkelingsprocessen, de leerkracht
als organisator en de leerkracht als onderzoeker/innovator.
▪ In functie van het lesonderwerp een variatie aan activerende en creatieve
methoden en werkvormen aanwenden
2. De leerkracht als lid van de onderwijsgemeenschap.
▪ Waarden i.v.m. maatschappij verbinden aan aardrijkskundige inhouden om aldus
met (vak)collega's en leidinggevenden te dialogeren over zijn plaats in de
samenleving in het algemeen en over zijn beroep in het bijzonder.
LINC-MODEL
▪ Onderwijsleersituatie (leerling-leerinhoud-leerkracht-werkvormen-media-
leerprocessen).
Een methode mag niet verward worden met een werkvorm. Bij onderstaande methoden
worden telkens verschillende werkvormen gebruikt gaande van onderwijsleergesprek tot
en met begeleid zelfstandig werk.
De meeste leerboeken bieden niet echt een methode.
De vorige editie van het leerboek Geogenie 3&4 bood dit wel aan: de zgn. diagnostische
15
methode . Het biedt een stappenplan om van informatieverkenning te komen tot een
eigen standpunt. Dit is niet echt een geografische methode maar eerder een algemeen
didactische methode. Vakdidactisch zijn er echter methodes die echt aardrijkskundig zijn.
15 Het stappenplan bij deze methode omvat vier fasen. Zie bijgevoegd voorbeeld (Tibau, et al., 2001) en pptx:
-in de (1) exploratiefase (informatie verzamelen) is het de bedoeling via waarnemingsvragen kennis te maken met een
aantal onderdelen van het thema. Atlas, foto’s en beeldmateriaal-ook ICT- zijn hier onmisbaar.
- in de (2) ordeningsfase (selecteren wat bruikbaar is en ordelijk voorstellen van… ) wordt de informatie meer
systematisch bekeken en geordend in reeksen, tabellen, kaarten.
- in (3) probleemstelling en onderzoek gaan leerlingen informatie combineren, onderzoeken om tot een besluit te
komen. Ze stellen hierbij Wat ? Hoe ? Voor wie ? Waar ? Waarom ?-vragen
- in (4) conclusie en eigen standpunt krijgen de leerlingen de gelegenheid hun bevindingen te uiten en een eigen
standpunt te formuleren. In deze fase wordt dus attitudevorming nagestreefd zoals.
▪ interesse voor de ruimtelijke verscheidenheid op de wereld.
▪ waardering voor de schoonheid van de fysische wereld en de levenswijze van de mens.
▪ De bereidheid geografische kennis en vaardigheden te gebruiken in de eigen leefwereld.
▪ Een verantwoord eigen standpunt, waaruit engagement kan groeien.
2 AAVD 112 © 2020 Arteveldehogeschool

