Page 279 - Aardrijkskunde Vakstudie 2_20142015
P. 279

10 MILIEUGEOGRAFIE

        De te bereiken competenties en leerdoelen voor dit hoofdstuk zijn:

        - Op excursie het ecolandschap waarnemen en analyseren volgens diverse invalshoeken
           en die gegevens in een aanschouwelijk opgemaakt verslag integreren.

        - In een ecolandschap op foto in de klas en op terrein tijdens een excursie socio-
           economische kenmerken herkennen en in relatie brengen met verticale en horizontale
           componenten om aldus relevante keuzes met betrekking tot foto’s en excursiepunten
           te maken.

        - Via analyse van ecologisch waardevolle landschappen waardering en respect
           opbrengen voor het natuurlijk erfgoed

        - Op excursie of op foto’s de voor het Vlaamse landschap typische boomsoorten
           herkennen en benoemen.

        - Op excursie of op foto de belangrijkste ecolandschappen in Vlaanderen herkennen en
           benoemen.

        - Een ecolandschap analyseren volgens een aangeleerde methode, waarbij je
           horizontale en verticale verbanden legt tussen verschillende ecotopen.

10.1 Inleiding

           Het milieu wordt vaak als synthese toegevoegd na het behandelen van alle voorgaande
           functionele landschappen. Immers, iedere menselijke activiteit (landbouw, industrie,
           toerisme, wonen) houdt in dit opzicht een gevolg in voor het milieu.

           Het milieu kan echter ook als afzonderlijk onderwerp behandeld worden. De zogenaamde
           ecolandschappen vertonen dan ook eigen kenmerken, bepaald door de aldaar
           voorkomende natuurtypes (§10.2), en vragen bijgevolg een specifieke analyse (§10.3).
           Anderzijds wordt het milieu ook veel gekaderd in termen van natuurbeleid en -behoud
           (§10.4).

10.2 Natuurtypes in Vlaanderen44

10.2.1  Inleiding

        De landschapecologie hanteert een eigen indeling en typologie van de landschappen. Het
        criterium voor deze indeling berust veelal op het voorkomen van dominerende
        plantengroepen. Zo komt men tot verschillende ruimtelijk begrensde eenheden met een
        karakteristieke homogeniteit, bijvoorbeeld een hakhoutbos, droge of natte heide, waar

        44 (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2013) (De Blust, Froment, Kuyken, Nef, & Verheyen, 1985) (Froment, Tanghe,
        & Vanhecke, 1992)

        1 AA VS 2                 279  © 2014 Arteveldehogeschool
   274   275   276   277   278   279   280   281   282   283   284