Page 137 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 137

De docent zit voor in het klaslokaal achter een tafeltje met voor zich een horloge met
                        secondewijzer en aan de beide zijkanten van zijn tafeltje de twee kaarten (kaart A en B).
                        De kaarten zijn nog niet te zien want ze liggen op hun kop.

                        De procedure is als volgt:

                           ▪  De  leerkracht  legt  uit  dat  als  hij  het  signaal  daartoe  geeft  uit  elke  groep  alle
                               nummers 1 naar voren mogen komen en 10 seconden naar hun kaart mogen
                               kijken: de nummers 1A kijken aan de ene kant van het tafeltje naar kaart A, de
                               nummers 1 B kijken aan de andere kant van het tafeltje naar kaart B.
                           ▪  Daarna gaan de nummers 1 terug naar hun groep en vertellen zachtjes aan de
                               groep wat ze moeten tekenen. Nummer 1 mag dus niet zelf tekenen.


                           ▪  Na 1 minuut moeten de nummers 2 naar voren komen, kijken
                               10 seconden naar hun kaart en brengen nieuwe informatie naar hun groep. Na
                               weer een minuut komen de nummers 3, etc
                               Langzamerhand krijgt de kaart van de leerlingen gestalte.

                           ▪  Elke groep krijgt 10 beurten, dus per leerling zijn er 2 beurten.
                               Leerlingen mogen niet elkaars plaats innemen.

                           ▪  Geef elke groep 2 minuten voor de start om een strategie te bedenken.

                           ▪  Geef na een speelronde van 5 beurten een time-out van 1 extra minuut om de
                               strategie aan te passen.

                           ▪  Pas als alle nummers 1 aan de goede kant bij uw tafeltje staan draait u de twee
                               kaarten om. Houd strak vast aan de 10 seconden en de l minuut tussentijd om het
                               tempo en de spanning hoog te houden. Bij een kleinere klas kunnen de groepen
                               uit minder leerlingen bestaan maar blijft het maximum aantal beurten 10. Maak
                               niet meer dan 6 groepen om teveel geloop in de klas te voorkomen. Laat de
                               leerlingen na afloop hun kaarten aan de muur of op het bord hangen en bespreek
                               ze uitgebreid na want een spelletje is leuk maar wat leer ie daar nu van? Neem
                               de  tijd  voor  de  nabespreking.  Zorg  ervoor  dat  de  leerlingen  goed  naar  elkaar
                               luisteren. Laat de leerlingen van groep A kort vertellen wat ze op de kaarten van
                               groep B zien en omgekeerd.

                        Laat daarna de leerlingen van de drie A groepen en vervolgens de drie B groepen vertellen:

                           ▪  wat de strategie was;
                           ▪  of die strategie werkte;
                           ▪  wat de boodschap is van de kaart;
                           ▪  wat de sterke en zwakke punten van hun kaart zijn;
                           ▪  wat ze eigenlijk over het gebied nog meer zouden willen weten;
                           ▪  wat je van deze opdracht leert.

                        Deel aan het eind de kopieën van het origineel uit en laat leerlingen reageren op de
                        verschillen tussen hun product en het origineel.







                        2 AAVD                                 137                  © 2020 Arteveldehogeschool
   132   133   134   135   136   137   138   139   140   141   142