Page 144 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 144

5.2.5.1  Grondgedachte.

                        Eén van de meest fundamentele en steeds terugkerende cognitieve vaardigheden is het
                        classificeren of ordenen of rubriceren . Je zult merken dat het in veel van de voorgestelde
                        werkvormen al of niet expliciet aan bod komt. Door in de lessen aardrijkskunde te zoeken
                        naar categorieën waarin informatie kan samengebracht worden, maak je de complexe
                        wereld  voor  de  leerlingen  transparanter  en  nodig    je  hen  uit  zelf  ideeën  omtrent  de
                        wereldproblemen uit te bouwen. Het leerplan classificeert zelf door de leerinhoud  te
                        presenteren  in  hoofdthema’s,  die  almaar  verder  verfijnd  worden.  Trouwens  in  veel
                        werkboeken en werkblaadjes zijn dergelijke classificeeroefeningen ook opgenomen.

                        Classificeren traint de vaardigheid om de kenmerken van feiten en gebeurtenissen te
                        herkennen. De modale leerling kan en doet dat meestal al onbewust. Het is echter de
                        bedoeling zoveel mogelijk leerlingen meer bewust daar mee te laten omgaan, waardoor
                        ze beter en efficiënter met de veelheid aan informatie leren omspringen.

               5.2.5.2  Voorbereiding.

                        Voorbeeld [thema   Spanningen en ecologische problemen binnen regio’s - Ontginning
                        van tropisch regenwoud en ecologische gevolgen]


                        In  het voorbeeld  is  geopteerd om  te  laten  classificeren op  oorzaak  en  gevolg  van  de
                        ontbossing van het tropisch regenwoud en maatregel om de onverantwoorde ontginning
                        tegen te gaan.

                        Maak  een  lijst  met  de  begrippen,  stellingen,  …  die  door  de  leerlingen  moeten
                        geclassificeerd worden. Zet ze in een willekeurige volgorde (bijlage nr. …). Druk voldoende
                        exemplaren af zodat alle leerlingen van de klas individueel de opdracht kunnen uitvoeren,
                        zelfs al is de opdracht als groepswerk gedacht.

                        Laat wat schrijfruimte zodat de leerlingen naast de stelling in de marge, ofwel voluit ofwel
                        met de eerste letter, de gekozen categorie kunnen aanduiden. Je kan ze ook met een
                        verschillende kleur de stellingen laten markeren.

                        Maak  per  groep  een  enveloppe  klaar  met  alle  stellingen  in  losse  strookjes  verknipt,
                        waarmee kan geschoven worden gedurende het groepsoverleg. In sterkere groepen of
                        groepjes van twee is dit misschien overbodig.

                        Maak een werkblad met de instructies en aanvullende opdrachten (werkblad in bijlage)

                        Verdeel de klas in groepen van maximum  4 leerlingen. Hou rekening met het niveau en
                        de bereidheid om in groep te werken zonder te ‘storen’.

                        Schik de tafels zodanig dat het groepswerk - eventueel schuiven met strookjes - vlot kan
                        verlopen.

               5.2.5.3  Introductie en instructie

                        Bij zwakkere leerlingen is het zeker nuttig vooraf klassikaal een voorbeeld van classificeren
                        uit te werken; liefst buiten de context van het thema om ze wat ‘op te warmen’ en te
                        laten aanvoelen dat het een haalbare opdracht is. Vraag bv. naar namen die thuishoren
                        in de categorie stad, rivier, continent, …

                           ▪  Verdeel de klas in de gewenste groepen en zorg voor voldoende werkruimte.
                        2 AAVD                                 144                  © 2020 Arteveldehogeschool
   139   140   141   142   143   144   145   146   147   148   149