Page 141 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 141

10.  Wetenschappers  ontdekken  voortdurend  bruikbare  regenwoudplanten.  Er  zijn
                        vruchten die meer vitamine C bevatten dan sinaasappels en stoffen die 300 keer zo zoet
                        zijn als suiker. Er bestaat een boom die een soort olie produceert die in dieselmotoren
                        gebruikt kan worden. Niemand weet echter hoeveel nuttige planten er zijn. En wellicht
                        zullen we dit nooit te weten komen. Onbekende soorten worden uitgeroeid voordat we
                        ze zelfs ooit gezien hebben.

                        11. De bouw van stuwdammen kan aanzienlijke gebieden onder water zetten. De dam in
                        de deelstaat Para zette 243000 hectare onder water. Voor de bouw van de stuwdam in
                        Amazonas ging 236000 ha tropisch regenwoud verloren.

                        12. Rubber wordt verzameld door inkepingen te maken in de bast van de rubberboom,
                        zodat  de  latex  in  de  opvangbakjes  kan  lopen.  Er  bestaan  al  kunstmatige  stoffen  ter
                        vervanging, maar ze zijn lang niet zo elastisch als het natuurlijk product.  Grote delen van
                        het regenwoud moeten verdwijnen omdat men rubberplantages wil aanleggen. Rubber
                        aftappen in het wild zou echter de voorkeur moeten genieten; dan hoeft het regenwoud
                        geen plaats te maken voor de plantages.

                        13.  In  sommige  delen  van  de  tropen  zijn  er  bijna  elke  dag  hevige  regenbuien.  Die
                        stortbuien spoelen de bodem weg; er zijn te weinig wortels die de bodem vasthouden. De
                        grond  komt  in  beken  en  rivieren  terecht  en  er  ontstaan  geulen.  Dit  proces  wordt
                        bodemerosie genoemd. In Brazilië vind je meerdere enorme geulen die op die manier
                        ontstaan zijn.

                        14.  Eucalyptusbomen  aanplanten  kan  in  verwoeste  regenwoudgebieden  de
                        groenvoorziening  terugbrengen.  Maar  in veel  landen  gaat  het  er  anders  aan toe.  Het
                        tropisch regenwoud moet plaats maken voor eucalyptusbomen. Deze worden gekweekt
                        voor de papierpulp.


                        15. In Indonesië dragen mensen maskers op straat om zich te beschermen tegen de rook
                        die afkomstig is uit de brandende regenwouden. Het lijkt misschien gek, maar het dragen
                        van die maskers is van levensbelang.

                        16. Ecotoerisme is toerisme dat gebaseerd is op het bestuderen van de relaties tussen
                        levende  wezens  en  hun  omgeving.  Speciaal  voor  ecotoeristen  zijn  in  het  tropisch
                        regenwoud wandelroutes uitgestippeld. Een voorbeeld van een dergelijk pad is het Choro-
                        trail in Bolivia. De toeristen krijgen informatie over de plaatsen die ze bezoeken en logeren
                        in kleine hotels die gemaakt zijn van plaatselijke materialen. Het aantal toeristen wordt
                        binnen de perken gehouden zodat de omgeving er niet onder lijdt. Op die manier verdient
                        de  plaatselijke  bevolking  wat  geld,  zonder  het  regenwoud  te  beschadigen.  Door  het
                        kappen van bomen en het verkopen van hout kunnen ze op een snellere manier geld
                        verdienen.  Maar  de  regenwoudbewoners  beseffen  nu  dat  ze,  als  ze  voor  de  bomen
                        zorgen, gedurende vele jaren goed geld kunnen verdienen.

                        17. Berggorilla’s leven in de wouden van Midden-Afrika. Tegenwoordig ziet het er niet zo
                        goed uit voor die dieren. Eerst en vooral worden ze vaak gedood door de plaatselijke
                        bewoners om ze op te eten. Daarnaast raken de gorilla’s meer en meer hun leefgebied en
                        hun voedselplanten kwijt.









                        2 AAVD                                 141                  © 2020 Arteveldehogeschool
   136   137   138   139   140   141   142   143   144   145   146