Page 145 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 145
▪ Deel na de introductie de documenten, werkbladen en enveloppen uit. Laat een
leerling controleren of in de enveloppe wel alle stellingen zitten.
▪ Overloop in vogelvlucht alle stellingen en leg, indien nodig, de moeilijke woorden
uit.
Je kan de leerlingen ook zelf de moeilijke woorden laten opsporen en ze om uitleg laten
vragen. Vraag of ze de drie categorienamen begrijpen. Werk als start twee voorbeelden
klassikaal uit, met onmiddellijke evaluatie.
▪ Laat de leerlingen alle stellingen classificeren op de afgesproken manier (opdracht
1). Spreek een timing af. Ze moeten binnen de groep overleggen om tot een
groepsresultaat te komen. Schuiven met de strookjes kan hier van pas komen.
Alle groepsleden moeten gedurende de nabespreking de groepskeuze kunnen
verantwoorden.
▪ Schakel hier een tussenevaluatie in. Vraag een paar groepen hun resultaat aan de
klas mee te delen en te voorzien van de nodige commentaar. Laat ze voor het
gemak van volgen ook verwijzen naar het volgnummer van de stelling. Hopelijk
zijn andere groepen niet volledig akkoord en kan een discussie opgezet worden.
Wijs hen erop dat verschillende verantwoordingen even juist kunnen zijn als die van hen.
▪ Laat ze vervolgens opdracht 2 uitvoeren en onderling tot een consensus komen.
Sterke groepen kunnen onmiddellijk starten bij opdracht 2.
Geef hier al aan dat opdracht 3 als huiswerk moet gemaakt worden, elk voor zich.
Als variante op dit voorbeeld kan je ervoor opteren sterke leerlingen zelf de
categorienamen (en sub-categorienamen) te laten bepalen. Hou er dan rekening mee dat
sommigen met niet al te relevante classificaties kunnen voor de dag komen.
In plaats van te werken met uitgekozen stellingen kan je ook de oorzaken, gevolgen en
maatregelen laten opsporen in een uitgeschreven tekst (artikel uit tijdschrift, krant, …) en
met een verschillende kleur in de tekst laten markeren.
5.2.5.4 Begeleiding en nabespreking
Zoek voor de introductie naar voorbeelden die de leerlingen direct aanspreken. Als
groepen vast raken bij bepaalde stellingen kan het helpen daar naar te verwijzen.
Observeer de verschillende groepjes in hun overleg en groepswerk en luistervink naar hun
reacties en opmerkingen.
Trek voldoende tijd uit om de oefening te laten uitvoeren. Hou rekening met de sterkte
van de klasgroep. Sterke groepen kunnen eventueel zelf aanvullende stellingen maken.
Zorg dat je genoeg tijd overhoudt voor de klassikale nabespreking.
Vraag hoe ze de opdrachten tot een goed einde hebben gebracht, waar ze de opgedane
techniek van classificeren nog kunnen toepassen (op school, thuis, …).
2 AAVD 145 © 2020 Arteveldehogeschool

