Page 142 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 142
18. Het is niet zo dat bomen van een en dezelfde soort bij elkaar staan. Ze groeien
verspreid over het woud. Om er de beste uit te halen, leggen houthakkers paden en
wegen aan. Via die wegen kunnen ze het hout ook veel gemakkelijker vervoeren.
19. In bergachtige gebieden wordt het water steeds minder ‘opgevangen’ door de
begroeiing. Grote hoeveelheden water stromen naar beneden met overstromingen als
gevolg. Dergelijke overstromingen hebben al in veel gebieden plaatsgevonden,
bijvoorbeeld in Madagaskar en de Filippijnen.
20. Regenwouden bevatten veel materialen die in de industrie gebruikt worden. De
materialen worden natuurlijke rijkdommen genoemd. Mijnbedrijven willen toegang tot
het gesteente dat die olie en waardevolle metalen bevat. In Colombia haalt men
bijvoorbeeld veel goud uit het regenwoud. In Carajas vind je één van de grootste
bovengrondse ijzerertsmijnen ter wereld.
21. Het is heel belangrijk dat we controleren of hout afkomstig is uit een duurzaam
beheerd bos. Je kan bijvoorbeeld kijken of het logo van de Forest Stewardship Council op
het hout is gestempeld. Leden van deze vereniging, die in 1993 is opgericht, controleren
of hout-winningsmaatschappijen in regenwouden op een milieuvriendelijke manier
werken. Als ze dat doen, mogen ze het logo gebruiken.
22. Hele stukken rivier zijn zwaar verontreinigd door goudzoekers die bij het zeven van
het rivierslib, op zoek naar goud, gebruik maken van het heel giftige kwik.
23. De bevolking van de landen waar we regenwouden aantreffen, groeit heel snel aan.
Het beste bouwland is in bezit van een paar grote rijke boeren. Wanneer armere boeren
een plek zoeken om te wonen en te bewerken, worden ze gedwongen een geschikte plek
te zoeken in het woud. Ze kappen een stuk bos of branden een stuk af.
24. Bepaalde delen van het regenwoud worden omgevormd tot een natuurreservaat of
een nationaal park. Ongeveer 10 % van het regenwoud in Midden-Amerika behoort tot
een nationaal park of natuurreservaat. Elk jaar worden minstens 5 nieuwe parken
opgericht.
25. Bij de ontginning in groeven komt heel veel afvalmateriaal vrij. Dit wordt meestal op
het nabijgelegen land gestort. Water dat over deze stortplaats en uit de groeven stroomt,
wordt vervuild en vervuilt op zijn beurt de rivieren en de beken. Waterplanten en -dieren
die helder water nodig hebben, zijn uiteindelijk de dupe.
26. Vroeger gaf de Braziliaanse regering veeboeren een subsidie om van stukken
regenwoud grasland te maken. Nu verstrekt de regering geen subsidies meer omdat er
teveel regenwoud verloren gaat.
27. Tussen 1966 en 1978 vestigden zich 300 grote veehouderijen in Brazilië. In totaal ging
het om 6 miljoen stuks vee. Die bedrijven hadden natuurlijk heel veel plaats nodig,
ongeveer 80000 vierkante kilometer. Het vee eet gras, maar na 2 of 3 jaar wil het gras niet
meer groeien op de arme bodem van het vroegere regenwoud. Dit is het moment waarop
de veeboeren hun vee naar nieuwe weides brengen.
28. De regering van Maleisië is op zoek naar andere manieren van bosbouw waarbij het
regenwoud zoveel mogelijk gespaard blijft. Onder meer door gebruik te maken van
helikopters die de bomen één voor één uit het bos omhoog kunnen takelen en af kunnen
2 AAVD 142 © 2020 Arteveldehogeschool

