Page 139 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 139
OPDRACHT 12
Noteer voor beide cursief gedrukte begrippen uit onderstaande tabel telkens 4 relevante
16
taboewoorden . Leg het begrip in eigen woorden uit zonder gebruik te maken van de
aangegeven taboewoorden. Noteer beide begrippen, hun academische omschrijving (cfr’.
Geogenie 3-4’), hun respectievelijke taboewoorden en de omschrijving in eigen
woorden in een Worddocument en voeg een afdruk ervan aan je opdrachtenmap toe.
[Evaluatiecriteria: volledigheid en inhoudelijke correctheid (4 taboewoorden uit
(toegevoegde) academische definitie, ‘correcte’ omschrijving in eigen woorden)].
1. Holle oever 2. Breedtecirkel.
3. Evenaar. 4. Bergketen.
5. Nulmeridiaan. 6. Hoogtelijn.
7. Bioom 8. Toendra.
9. Bron. 10. Duin.
11. Horeca. 12. Lawine.
13. Poolster. 14. Gehucht.
15. Verkaveling. 16. Allochtoon.
17. Moesson. 18. Leisteen.
19. Meander. 20. Plantage.
21. Helling. 22. Humus.
Besluit: de meest gebruikte strategieën zijn:
- Relateren aan boven – neven - en ondergeschikte begrippen
- Het relateren aan ervaringen en emoties
- Het noemen van synoniemen (rivier – stroom)
- Het noemen van antoniemen (stukgoederen- massagoederen)
- Het noemen van homoniemen (bank : zitmeubel/ bodemlaag/financiële instelling)
16 De meest aangewezen taboewoorden zijn deze uit de academische definitie. De academische omschrijvingen van de
hier opgegeven begrippen vind je in de woordenlijsten achteraan het leerwerkboek Geogenie 1 t.e.m 4 terug.
2 AAVD 139 © 2020 Arteveldehogeschool

