Page 150 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 150
6 VRAGEN STELLEN EN EVALUATIE IN AARDRIJKSKUNDE.
COMPETENTIES
1. De leerkracht als begeleider van leer-en ontwikkelingsprocessen en de leerkracht
als organisator.
▪ De taxonomie van Bloom gebruiken bij het stellen van (differentiële) vragen
of remediërende opdrachten ('verhoogde zorg') met oog voor diversiteit en
taalgericht vakonderwijs.
▪ De taxonomie van Bloom gebruiken bij het opstellen van een evaluatievorm
(bv. schriftelijke toets).
LINC-MODEL
▪ Onderwijsleersituatie (leerling-leerinhoud-leerkracht-leerprocessen-
productevaluatie).
6.1 Werken vanuit een taxonomie
Een leerkracht die doelgericht lesgeeft, vertrekt uit concreet observeerbaar
geformuleerde lesdoelen om het leerproces van de leerlingen te faciliteren. Hoe
duidelijker de lesdoelen opgesteld zijn, hoe beter ook de evaluatie zal verlopen.
Ten eerste dient er in de evaluatievorm een correcte spreiding te zijn van de bevraagde
leerdoelen ten opzichte van de totale leerinhouden (cfr. AD2
leerdoelenrepresentativiteit) en dient de evaluatievorm hetzelfde niveau te bevragen als
wat er tijdens de les behandeld werd (cfr. AD2 leerdoelenvaliditeit). Het gebruik van een
taxonomie kan helpen om dit helder te stellen.
Ten tweede bepaalt de aard van de lesdoelen ook de keuze van de evaluatievorm. Een
evaluatievorm die het beheersingsniveau ‘creëren’ wil bevragen zal er uiteraard anders
uitzien dan een evaluatievorm die vooral wil peilen naar het beheersingsniveau
‘begrijpen’.
Zoals jullie al bestudeerden in AD1, werken de nieuwe eindtermen en leerplannen met de
taxonomie van Bloom. Bijgevolg kunnen we ook de bij de uitwerking van de evaluatie deze
taxonomie gebruiken.
2 AAVD 150 © 2020 Arteveldehogeschool

