Page 54 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 54
3.1.4 Uitleiding.
Sinds de jaren zeventig vertoont de aardrijkskunde een bijzondere bekommernis voor de
milieu- en ontwikkelingseducatie (Steegen, An (Red.), 2018).
Er is in de literatuur trouwens een haast Babylonische spraakverwarring en een niet
eenduidig onderscheid tussen deze en hieraan aanverwante begrippen. Naast ‘(Natuur-
10
en) milieueducatie ((N)ME) ’ en ‘ontwikkelingseducatie’ (OE) gebruikt men nl. ook nog
11
termen zoals ‘EDO’ (zie hieronder) en ‘mondiale vorming’ .
Eigenlijk maken OE net zoals (N)ME en educatie rond gelijkheid tussen mannen en
12
vrouwen en interculturaliteit deel uit van educatie tot wereldburgerschap (WBE) .
Aangezien de Vlaamse overheid vanaf schooljaar 2019-2020 via de nieuw ingevoerde
eindtermen ‘afzonderlijk’ inzet op (wereld)burgerschapseducatie (Steegen, An (Red.),
2018) met de culminatie ervan in een apart vak ‘Mens en Samenleving’ in het Katholiek
Onderwijs Vlaanderen en de leerlijn ‘actief burgerschap’ in het GO! (zie eerder) gaan we
in volgende paragrafen ‘enkel’ dieper in op het begrip ‘EDO’ en ‘OE’.
3.2 Educatie duurzame ontwikkeling (EDO) (Steegen, An (Red.), 2018)
13
3.2.1 Wat?
De afkorting EDO staat voor educatie voor duurzame ontwikkeling. Hoewel het begrip
‘duurzame ontwikkeling’ verschillende inhouden heeft, kiezen we voor de meest
gangbare definitie uit het Brundlandtrapport (World Commission on Environment and
Development. UN., 1987), nl. ‘een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van de
huidige generaties zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun eigen
behoefte te voorzien in gevaar te brengen’. Vaak wordt ook de vereenvoudigde
omschrijving ‘genoeg, voor altijd en voor iedereen’ gebruikt. EDO is echter meer dan leren
over duurzame ontwikkeling. Binnen een onderwijscontext gaat het erom individuen en
groepen uit te rusten met die capaciteiten die ze nodig hebben om bewuste keuzes te
kunnen maken voor een leefbare wereld. Het is leren voor duurzame ontwikkeling. De
Vlaamse Overheid omschrijft EDO als ‘het leren denken over en werken aan een leefbare
wereld, nu en in de toekomst, voor onszelf hier en voor anderen elders op de planeet’.
Deze omschrijving maakt duidelijk dat duurzame ontwikkeling een tijdsdimensie en een
ruimtedimensie heeft. Bovendien zijn de maatschappelijke fenomenen die bestudeerd
worden eerder complex, en worden ze gekenmerkt door een sterke verwevenheid tussen
verschillende factoren op vlak van ecologie, economie, cultuur of geschiedenis.
Duurzaamheidsvraagstukken worden dan ook vaak benaderd vanuit drie dimensies. Het
gaat om het gedrag en de belangen van mensen (people), om de effecten op en
bescherming van het milieu (planet) en om de economische ontwikkeling en welvaart
10 Natuur-en milieueducatie(NME): Leren over natuur en milieu (kennis) en/of in de natuur (ervaring en betrokkenheid).
NME heeft als doel bewustwording en draagt zo bij aan een draagvlak voor natuur- en milieubeleid (Daens, Van
Ongevalle, & De Bruyn, 2011).
11 Mondiale vorming: de educatieve pogingen om jongeren tot wereldburgers te maken en een mondiaal bewustzijn te
creëren bij hen, worden samengebracht onder de noemer ‘mondiale vorming’ waarbij thema’s zoals vredeseducatie,
milieueducatie, ontwikkelingseducatie, mensenrechteneducatie en andere educaties waaronder media-,
herinneringseducatie en sociale en culturele vaardigheden aan bod komen (Daens, Van Ongevalle, & De Bruyn, 2011).
12 Wereldburgerschap (WBE) met als algemeen doel een bijdrage te leveren aan een meer rechtvaardige en solidaire
wereld gebaseerd op democratische waarden.
Duurzaam wereldburgerschap uit zich in waarden, kennis en gedrag die bevorderlijk zijn voor, en steunen op, de naleving
van de mensenrechten, sociale rechtvaardigheid, diversiteit, ecologische duurzaamheid, gendergelijkheid, ... overal in de
wereld en ten opzichte van elk individu (Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, 2016).
13 Zie ook https://www.vlaanderen.be/publicaties/de-vlag-en-de-lading-educatie-voor-duurzame-ontwikkeling
2 AAVD 54 © 2020 Arteveldehogeschool

