Page 57 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 57

leefwereld naar andere leefwerelden elders in de wereld of omgekeerd (‘de wereld, ons
                        dorp’)  is  mondiale  vorming    (ontwikkelingseducatie)  dus  in  wezen  een  ruimtelijke
                        vorming. De aardrijkskunde trekt de horizon open van pool tot evenaar en brengt de
                        leerlingen in contact, niet alleen met de organisatie van hun eigen leefwereld maar ook
                        met  de  organisatie  en  de  leefwereld  van  andere  volkeren.  Het  contact  via  de
                        aardrijkskundelessen  met  andere  -totaal  verschillende-  leefwerelden  kan  leiden  tot
                        begrip  en  eerbied  voor  anderen  en  relativering  van  zichzelf.  Dit  is  een  niet  te
                        onderschatten bijdrage in de opvoeding tot internationale verstandhouding en wereld-
                        burgerschap, dit in een periode met tal van Europese uitwisselingsprojecten (Buurklassen,
                        eTwinning, Erasmus+,...).

                        Met  de  graduele  invoering  van  de  nieuwe  eindtermen  en  leerplannen  aardrijkskunde
                        werd het concept van deze ‘zich verwijderende horizont’ verlaten. Afhankelijk van het
                        leerplandoel  kunnen  (relaties  tussen)  verschijnselen  op  verschillende  niveaus  echter
                        blijvend bestudeerd worden: op lokale, regionale of mondiale ruimtelijke schaal of een
                        combinatie ervan.


               3.4      Methoden en werkvormen i.v.m. waarden

                        Zoals  we  in  de  vorige  hoofdstukonderdelen  uitgebreid  toelichtten,  komen  waarden
                        veelvuldig aan bod binnen een aardrijkskundeles. In het volgende onderdeel gaan we in
                        op een aantal concrete methoden en werkvormen om hiermee mee te werken in de klas.

               3.4.1    Een waardenas en – kwadrant

                        (Leat, 1998), (Vankan & van der Schee, 2004) (van der Schee & Vankan, 2006)

                        Meningen over een bepaald waardegebonden onderwerp kunnen verschillen, niet alleen
                        bij de leerlingen maar ook naar gelang de informatiebron. Het is belangrijk leerlingen een
                        eigen mening te leren vormen. Dit gebeurt door mening van anderen in een eerste stap
                        te rangschikken op een waardenas met twee uitersten.

                        Uitgaande van een waardenas wordt de argumentatie van de meningen geanalyseerd op
                        een as die verticaal staat op de waardenas. Zo bekomt men een waardekwadrant.

                        In de meeste gevallen zijn slechts twee kwadranten gevuld. Dit wil niet zeggen dat er geen
                        meningen kunnen geformuleerd worden in de andere kwadranten. Die opdracht trekt het
                        waardenbesef van de leerlingen open omdat ze verplicht worden een standpunt (letterlijk
                        in het kwadrant) in te nemen.

                        Dit ‘opentrekken’ vraagt een zekere abstractie die niet voor iedere doelgroep geschikt is.
















                        2 AAVD                                 57                   © 2020 Arteveldehogeschool
   52   53   54   55   56   57   58   59   60   61   62