Page 56 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 56

zowel menselijke als natuurlijke zaken aan bod komen. De link met de 3 P’s is dan snel
                        gemaakt. Aardrijkskunde draagt op deze manier duurzaamheid in zich.


                        Als kanttekening kan gesteld worden dat daar waar aardrijkskunde voornamelijk werkt
                        aan de kenniscomponent van EDO, de emotionele en actiegerichte component van EDO,
                        vaak weinig aan bod komt in lessen aardrijkskunde. Dit vraag de integratie van meer
                        creatieve en filosofische werkvormen (zie verder).


               3.3      Ontwikkelingseducatie (OE).

               3.3.1    Verantwoording.


                        De  dag  van  vandaag  leven  we  in  een  samenleving  die  sterk  gestuurd  wordt  door  de
                        technologische vooruitgang hetgeen zich bv. uit in een prominente rol van o.m. moderne
                        communicatiemiddelen (kennis-netwerkeconomie). Hierdoor verliezen vele plaatsen hun
                        vroegere  lokalisatievoordelen.  De  hele  wereld  werkt  nu  als  één  economisch  systeem
                        (globalisering), met vaak dramatische verschillen in ontwikkeling (welvaart en welzijn).
                        Heel  wat  destijds  voorspoedige  industriegebieden  zijn  hierdoor  probleemregio's
                        geworden,  lam  gelegd  en  uitgeschakeld  ten  voordele  van  grote  havengebieden  en
                        stedelijke metropolen. Desindustrialisatie kwam er ook door de industriële migratie naar
                        nieuwe goedkope productielanden, waar de investeerders hopen op een behoud of een
                        vergroten van hun winst- en marktaandeel. Wat van de geograaf verwacht wordt is dat
                        hij/zij  uitlegt  wat ontwikkeling  en  groei  inhouden, welke  de  ruimtelijke  fluxen  zijn  en
                        waarom.  De  ‘winnaars’  zijn  die  gebieden  op  aarde  die  zich  het  meest  ‘open  stellen’
                        (‘sterkste globalisering’). Inzake productie is die globalisering wellicht de enige uitweg,
                        maar ze genereert enorme ethische problemen. Welke maatregelen zijn er nodig om de
                        negatieve  effecten  van  een  niet  te  stoppen  evolutie  te  beperken?  In  principe  is  die
                        evolutie positief omdat gezondheid, comfort, kennis aan steeds meer mensen waar ook
                        ter  wereld  ten  goede  komt.  Toch  profiteert  niet  iedereen  op  gelijke  manier  van  die
                        globalisering. Sommigen zijn bij de productie uitgesloten wegens gebrek aan kennis en
                        kapitaal en voor anderen liggen vele consumptiegoederen en de sociale voorzieningen
                        buiten hun koopbereik. Van nature uit zijn deze verschillen in ontwikkeling ruimtelijke
                        problemen  en  dus  geografisch  relevant.  De  oorzaken  van  verschillen  in  ontwikkeling
                        liggen ten dele aan de landen in het Zuiden zelf, als een resultaat van het in tijd en ruimte
                        voorkomende        samenspel        van       endogene        en       exogene
                        belemmeringen (fysisch milieu, godsdienst, bevolkingsgroei...). De oorzaken zitten echter
                        ook bij de landen in het noorden, die zich verrijkt hebben, vaak ten koste van de verarming
                        van  de  landen  in  het  Zuiden.  Wereldsolidariteit  is  vanuit  ethisch  standpunt  dus  zeer
                        belangrijk. Stellen leerkrachten en leerlingen zich voldoende kritisch op? Blijft het bij een
                        westerse kijk op het ontwikkelingsgebeuren, of proberen we de feiten ook te begrijpen
                        vanuit de lokale bevolking?

                        Gezien  de  omschrijving  van  ‘mondiale  vorming’ 10,14   waarvan  ontwikkelingseducatie
                        (waarbij  de Noord-Zuidrelaties centraal staan) deel uitmaakt  en gezien aardrijkskunde
                        kan gezien worden als ‘het zetten van de vergelijkende (‘ruimtelijke’) stap van de eigen


                        14
                          Mondiale vorming (bis): ‘Mondiale vorming is de vorming die zich bezighoudt met het opentrekken tot en het in relatie
                        brengen met andere delen van de wereld van de economische, sociale, culturele, politieke en levensbeschouwelijke
                        aspecten van de samenleving... Het biedt kansen om kennis, vaardigheden en houdingen te ontwikkelen die kunnen
                        leiden tot een constructief engagement als wereldburger (Goossens M. , 1997)


                        2 AAVD                                 56                   © 2020 Arteveldehogeschool
   51   52   53   54   55   56   57   58   59   60   61