Page 177 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 177
- Concreet voorbeeld:
Geef hen de ruimte om een landschapsbeeld te beschrijven en te verwoorden wat ze
zien en stimuleer hen hierbij zoveel mogelijk de juiste terminologie te gebruiken. In
de eerste graad wordt hieraan reeds veel aandacht besteed, in de hogere jaren zou
hier nog steeds ruimte moeten voor blijven.
- Integreer allerlei vormen van groepswerk in de les: hier oefenen de leerlingen de
aangeleerde - aanvankelijk nog puur schoolse - terminologie en zinsbouw in en leren
ze die in een “natuurlijke” gesprekssituatie te gebruiken. Kennis en inzicht groeien
door er met elkaar over te praten. Het gaat erom dat leerlingen met elkaar
overleggen en hun oplossingen vervolgens opschrijven (activeren mondeling +
schriftelijk taalgebruik). Zorg ervoor dat de opdrachten ook gaan over “waarom
denk je dat….?” zodat ze moeten argumenteren. Formuleer de opdrachten zodanig
dat het juiste antwoord niet onmiddellijk te grijpen is of zelfs niet eenduidig vast
blijkt te liggen. Leerlingen moeten dan met elkaar bespreken welk antwoord of
welke aanpak zij zullen volgen.
- Bouw het werken in groep geleidelijk op, ook dit is een vaardigheid die leerlingen
geleidelijk moeten aanleren: start in de eerste graad met beperkte opdrachtjes van
korte duur (vanuit gesloten opdrachten), zoals het twee aan twee gezamenlijk
uitvoeren van een opdracht uit de cursus. In de loop van de volgende jaren kan dan
overgegaan worden naar het werken in grotere groepen (tot 4 à 5), voor langere
(één tot meerdere lestijden) en meer open opdrachten.
- Laat de oplossingen van een groepswerk aan het bord of via de beamer mondeling
toelichten aan de rest van de klas; laat de klas de gelegenheid om vragen te stellen
en de oplossingen te bediscussiëren. Vraag ook als leraar toelichting bij de opdracht,
waardoor je als leraar niet alleen een beeld krijgt van wat de leerling inhoudelijk
heeft geleerd, maar waardoor hij ook verplicht wordt om zelf actief de vaktaal te
gebruiken.
- Voorzie bij socio-economische onderwerpen uit het curriculum aardrijkskunde
(mondiale en lokale ecologische problemen, globalisering, ruimtelijke ordening,…)
klasgesprekken waarbij de leerlingen worden uitgedaagd om een eigen mening te
verwoorden en om rekening te houden met de mening van anderen.
3. Geef taalsteun (m.a.w. maak lessen, bronnen, opdrachten,
toetsen,…begrijpelijker voor leerlingen).
- Werk met een overzichtelijk begrippenkader.
Concreet voorbeeld:
In de leerplanbrochure van de eerste graad staat een lijst met begrippen die
verder in de tweede en derde graad aan bod zullen komen. Die zal verder
aangevuld worden in de tweede graad (verschijnt in de loop van dit schooljaar bij
het addendum dat momenteel in voorbereiding is).
2 AAVD 177 © 2020 Arteveldehogeschool

