Page 32 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 32

1.  zakelijk-systematische wetenschappen (mineralogie, plantkunde, dierkunde...),
                           2.  chronologische wetenschappen (geschiedenis, historische geologie...) en
                           3.  chorologische  wetenschappen,  die  de  ruimte  in  haar  onderverdelingen  en
                               kenmerken bestuderen. Geografie hoort in die laatste geleding thuis en heeft tot
                               taak  het  "hoe"  en  het  "waarom"  van  de  landschappen,  van  de  ruimtelijke
                               differentiatie na te gaan.

                        Michotte verkiest daarbij de term "paysage" boven de term "région" om nadruk te leggen
                        op  de  actueel  zichtbare  verschijnselen,  die  fotografeerbaar  zijn  en  op  kaart  kunnen
                        gebracht  worden.  De  ware  oorzaken  van  die  "morfologische  kenmerken"  moeten
                        opgespoord worden, of ze nu fysisch, historisch of sociaal-economisch van aard zijn.

                        De  adoratie  voor  het  landschap  heeft  sterk  meegespeeld  in  het  concept  van  het
                        leerplannen van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.


               2.3.3.2  Het functionele landschap.

                        In Nederland, waar het reliëf niet zo gevarieerd is als bij ons, werden begrijpelijkerwijze
                        de  morfologische  kenmerken  sterk  door  de  functionele  verdrongen.  Het  zichtbare
                        landschap  kan  een  ruimtelijke  verankering  leveren,  maar  mag  geen  einddoel  zijn.  De
                        menselijke (sociale) geografie kreeg er een stormachtige ontwikkeling, meestal totaal los
                        van de fysische geografie. De functionele samenhang van alle optredende factoren wordt
                        nagegaan om te komen tot functionele ruimtelijke eenheden (functiedragers), zoals bv.
                        nodale regio's gericht op een stedelijk centrum. Dat functionele paradigma is dus eerder
                        een mentale constructie dan een visuele werkelijkheid. Zo begrijpt men ook de grote
                        aandacht  voor  stedelijke,  sociale  (zelfs  "sociografie")  en  economische  geografie
                        (welvaartstreven), maar ook de sterke ontwikkeling van de toegepaste geografie, bv. in
                        de ruimtelijke ordening en planning.

                        De  geografie  in  Vlaanderen  zou,  van  nature  uit,  het  best  bij  die  Nederlandse
                        benaderingswijze  aansluiten,  maar  dat  zal  slechts  na  de  Tweede Wereldoorlog  in  het
                        Belgische bestel enige aandacht krijgen.


                        De  opdeling  van  de  leerstof  in  het  leerplan  van  de  eerste  graad  Katholiek  Onderwijs
                        Vlaanderen in landbouwlandschap – industrielandschap – toeristisch landschap – sluit
                        duidelijk aan bij dit paradigma.





                             OPDRACHT 5 (ZIE PPTX)
                           1.  Maak een tekst ‘Australië: natuurkundig (ligging, vorm, grootte en reliëf)’ voor een
                                 toeristische brochure over Australië volgens het paradigma van ‘lokaliseren en
                                 beschrijven


                           2.  Kruip in de huid van een  fysisch determinist en schrijf aldus een tekst die het
                                bodemgebruik nabij ‘Hof Ketele’ (Oudenaarde) vanuit hoogteligging-afstand tot de
                                hoeve-bodemvruchtbaarheid en weer-en klimaat verklaart (extra info in pptx).







                        2 AAVD                                 32                   © 2020 Arteveldehogeschool
   27   28   29   30   31   32   33   34   35   36   37