Page 27 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 27

-  Ga na om wat voor soort sociale verschijnselen het gaat: materiële of
                               immateriële.



                        Materiële verschijnselen in een streek zoals bouwmaterialen, de transportinfrastructuur,
                        de gewassen die worden verbouwd, het voedsel dat wordt gegeten en de kleding die
                        wordt gedragen staan (of stonden in elk geval tot voor kort) niet los van het fysisch milieu
                        in die streek.
                        Wanneer  het  echter  gaat  om  immateriële  verschijnselen  -  zoals  religie,  politieke
                        organisatie, mentaliteit, kunst en rechtspraak - wees dan op je hoede. Stel je kritisch op
                        tegen  uitspraken  over    de  monotonie  van  woestijnen  en  steppen  die  leidt  tot
                        monotheïsme (de Amerikaanse geografe Ellen Churchill Semple in 1911), over vrijheid die
                        alleen in gematigde klimaten gedijt (Montesquieu in L'Esprit des Lois, 1749). Maar reden
                        om bij voorbaat een verondersteld verband bespottelijk te maken is er niet. Mits aan het
                        verband een heldere redenering ten grondslag ligt en de begrippen operationeel kunnen
                        worden gemaakt.

                           -  Ga na of uitspraken over geografisch deterministische-verbanden ruimte laten
                               voor uitzonderingen.


                        Er bestaan, althans op dit terrein, geen onverbiddelijke ijzeren wetten. Bij voorbaat is niet
                        uitgesloten dat er probabilistische wetten te formuleren zijn, wetten dus die aangeven
                        dat het gaat om een mate van waarschijnlijkheid. Er bestaat een zekere samenhang tussen
                        neerslag en bevolkingsdichtheid, tussen reliëf en nederzettingen-patroon. Maar wie de
                        kaart  inspecteert  van  b.v.  de  stuiifzandruggen,  zal  uitzonderingen  opmerken.  Er  zijn
                        ruggen zonder dorpen en depressies  met dorpen.


                           -  Ga na of de uitspraken als universeel worden gepresenteerd, of als beperkt
                               geldig in ruimte en tijd.

                        Samenhangen die gevonden worden in een bepaald gebied of in een bepaalde periode,
                        kunnen niet gegeneraliseerd worden naar andere gebieden of perioden. Universeel (altijd
                        en overal) geldende wetten zijn er niet. Een samenhang gevonden in het stuifzandgebied
                        hoeft niet te gelden in het aangrenzende zandgebied. En: in een moderniserende, steeds
                        complexere samenleving gaan verbanden verloren die vroeger nog wel bestonden tussen
                        fysisch milieu en sociale verschijnselen. Onze kleding, voeding en huizen verraden niet
                        meer  het  soort  fysisch  milieu  waarin  we  leven;  dankzij  de  technische  vooruitgang  in
                        bijvoorbeeld de bemaling kan er nu ook gebouwd worden waar dat vroeger onmogelijk
                        of in elk geval onverstandig was.

                            -  Ga na op welke wijze de uitspraken empirisch worden onderbouwd.


                        Vaak valt de onderbouwing tegen, of ontbreekt ze zelfs helemaal. Dikwijls wordt volstaan
                        met een anekdotische bewijsvoering. Zo wordt de invloed van het landschap op religieus
                        denken  'bewezen'  met:  'de  grote  monotheïstische  godsdiensten  -  jodendom,
                        christendom, islam - zijn alle drie ontstaan in woestijngebieden, dus...'. Hypothesen die
                        niet  gesteld  worden,  laat  staan  getoetst  in  empirisch  onderzoek,  zijn:  vindt  men  in
                        pluriforme omgevingen polytheïstische godsdiensten, komt monotheïsme niet voor in
                        pluriforme  gebieden  en  polytheïsme  niet  in  monotone  gebieden?  Op  de  regel  dat
                        systematische toetsing niet plaatsvindt, bestaan enkele uitzonderingen. Zo berekende de
                        Amerikaanse geograaf Ellsworth Huntington, geobsedeerd door de gedachte dat klimaat

                        2 AAVD                                 27                   © 2020 Arteveldehogeschool
   22   23   24   25   26   27   28   29   30   31   32