Page 14 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 14
3……………………………………………………………………………………………………….…………………………
……………………………………………………………………………………………………………………………………
Met ‘Hans Heijportret.pdf’ op de digitale leeromgeving vul je deze 3 tips met een
vierde en vijfde volgens Hans Heij essentiële ‘taak’ aan.
4. Waardenoverdracht in je lessen aardrijkskunde. De leerkracht heeft een voorbeeld-
functie (‘normen’).
5. Differentieer in je lessen. Zie ook de concrete resultaten van het project
‘Binnenklasdifferentiatie in de kleine vakken: hoe ? Zo ! door L. Vandenbroele en L.
Bolle, AJ 2014-2015. Zie ook § 6.5.
6. Ondanks goede handboeken, blijft feedback over eigen lesgeven noodzakelijk: de
resultaten van de evaluatie en observatie moeten de leerkracht doen nadenken over
zijn eigen onderricht. Een foutenanalyse laat toe de lessen te verbeteren en te
optimaliseren via treffende motivering, een beter didactisch document, een
alternatieve taak, een betere vraagstelling, enz.
Integreer deze 6 ‘taken’ (en veel meer) zeker in je eigen (stage)lessen.
DIDACTISCHE TIP
In de praktijk worden de handboeken te weinig gebruikt als leerboek/studieboek voor
de leerlingen. De leerlingen beperken zich bij de studie door hun ingevulde werkbla-
den te studeren. Wijs er in het kader van het ‘leren leren van aardrijkskunde’ steeds
op dat ook het handboek en de atlas tijdens de studie dienen gebruikt te worden.
BELANRIJK
René Crauwels en Dirk Vanderhallen in Diocesane Pedagogische Mededelingen Bisdom Antwerpen mei 2002.
Een bijzonder aandachtspunt bij die reflectie is het gebruik van werkstructuren en
de
de
de
werkboeken in het 2 , 3 en 4 jaar. Er wordt met die hulpmiddelen veel gewerkt.
Sommige, vaak uitgebreide, werkstructuren zijn door hun grote degelijkheid voor de
leraren zo aantrekkelijk, dat ze tijdens alle lessen gebruikt worden.
Houdt dat een voldoende afwisseling in werkvormen in? Hebben we die
werkstructuren in de lespraktijk niet teveel als een invuloefening gebruikt? Soms
gebruikt men zelfs geen handboek meer of beschikt de leerling over een handboek, dat
echter weinig gebruikt wordt. Dat men ze in het eerste jaar, waar geen handboeken
de
de
aangepast aan de eigen leefruimte bestaan, niet aanschaft, is begrijpelijk. In het 2 ,3
de
en 4 jaar echter biedt een handboek de leerling de mogelijkheid om in de les en thuis
met veelkleurige bronnen te werken en om beelden in het geheugen vast te zetten.
Werkstructuur of werkboek moeten aan het handboek en de atlas aangepast worden.
Leidt een overdreven gebruik van werkboeken en werkstructuren niet tot een éénzijdig
reproductieve vorm van leren leren, waarbij de leerling thuis zelfs niet of slechts in
beperkte mate in de mogelijkheid is om vaardigheden in te oefenen? Een grondige
bezinning over de didactische aanpak rond werkstructuren dringt zich op. Zie ook de
valkuilen bij werkbladen- syllabus 1OSO.
Neem aandachtig de hiermee overeenstemmende inhoud van § 3.2.3 op p. 60
in (Steegen, An (Red.), 2018) door.
2 AAVD 14 © 2020 Arteveldehogeschool

