Page 24 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 24
VOORBEELD VOLGENS DIT PARADIGMA
Beschaving.
De wilde negerstammen leven van de jacht in de oerwouden, van de visvangst langs
de rivieren, doen aan veeteelt en landbouw in de savannen. Doorgaans verschaft hun
het plantenrijk de nodige grondstoffen voor de woningen (een ronde of rechthoekige
hut), voor de kleding (een paan om het middel vastgemaakt), voor wapens en allerlei
gereedschap. Het voedsel bestaat uit maniok, bananen en graangewassen (maïs, rijst,
sorgo). […] Waar de Europeanen verblijven brengen deze hun beschaving in’ (Enige
leraars aardrijkskunde., 1950)
Tot op de dag van vandaag zijn er sporen terug te vinden - zelfs in de leerplannen van
het Katholiek Onderwijs Vlaanderen- van de bovenvermelde visie op Afrika. Het
leerplan vermeldt nog steeds (weliswaar tussen haakjes waarbij de termen ‘vroeger’
gebruikt worden) de ‘racistische’ term ‘Zwart Afrika’ waarmee men bedoelt:
‘SubSahara-Afrika’. (Ned. Taalunie: sub-Saharaans Afrika). Zo is er is bv. nergens sprake
van Blank-Afrika.
TIP
Gebruik steeds geografisch omschrijvingen (Noord-Zuid…) om een gebied aan te
duiden.
2.3 Verklaren door relaties (1850-1950) opkomst van de wetenschappelijke
geografie.
2.3.1 Inleiding.
Algemeen wordt aanvaard dat de wetenschappelijke geografie voor goed van start gaat
in het midden van de 19de eeuw. Von Humboldt met zijn levenswerk "Kosmos" en Ritter
met zijn "Erdkunde" zijn er de ware grondleggers van. Ze zijn tijdgenoten en sterven zelfs
in hetzelfde jaar 1859. Beiden zijn ze werkzaam in Berlijn en maken dat Duitsland voor
lange tijd toonaangevend zal zijn bij de grote stromingen binnen de geografie. Beiden
sluiten een lange periode van grote syntheses af en leiden meteen een nieuwe periode in
van striktere wetenschappelijke methoden.
Von Humboldt is op zoek naar algemene wetmatigheden, wat wij vandaag de dag
abstracte modellen en theorie zouden noemen. Daarbij onderlijnt hij de verwevenheid
van de verschijnselen in gebieden en wijst hij op de coherentie en op het wonder van de
natuur. Hij beschouwt daarbij de mens als een deel van de natuur, waardoor
terreinonderzoek en fysische geografie primeren.
Ritter daarentegen is eerder geograaf-pedagoog-leraar, een briljant professor die de
eerste universitaire "leerstoel geografie" kreeg. Hij reageerde sterk tegen de oude
geografie als een levenloze opsomming van streken en plaatsen. Hij wil de geografie een
wetenschappelijkheid bezorgen en zoekt inductief naar causale relaties, die een regio
uniek maken. Zijn geografie is daarbij teleologisch met de aarde als "Wohn- und
Erziehungshaus" van de mens, waarmede hij een wederzijdse beïnvloeding aarde-mens
beoogt: de streek beïnvloedt het volk en het volk de streek. Hij gaat, in tegenstelling met
Von Humboldt, eerder de weg op van de "Kulturgeographie", zeg maar menselijke
geografie.
2 AAVD 24 © 2020 Arteveldehogeschool

